Burn-outdagboek – XV (13 augustus)
Veertien weken ben ik nu thuis. De bedrijfsarts belt. Hij stelt eerst een paar algemene vragen en wil dan weten of ik kinderen heb. Ik antwoord: ‘Ja, een dochter.’ Of zij nog bij mij woont, wil hij weten, waarop ik zeg dat ze samenwoont en volgend jaar gaat trouwen met haar Ierse man. ‘Nou,’ zegt de arts, ‘het is te hopen dat hij dat blijft, toch?’ ‘Hoezo?’ vraag ik, verbaasd om zo’n rare opmerking. Hij zegt aarzelend: ‘Je zei ‘eerste man’, maar je mag toch hopen dat ze niet nog een keer gaat trouwen?’ Lachend reageer ik: ‘Ik zei niet “éérste man” maar “Iérse man”.’ Hij moet vervolgens net zo hard lachen als ik. Deze luchtigheid doet het laatste restje van mijn spanning wegebben.
(meer…)







