Sieke maake

Zal ik eens met de deur in huis vallen? Ik ben verliefd! En het mooie is: hij lijkt ook dol op mij, want hij is er voor me. En al jaren, al moet ik eerlijk bekennen dat ik hem pas sinds kort écht zie staan. Hij houdt me gezelschap, laat nooit een wanklank horen en wacht geduldig tot ik aandacht aan hem besteed.

Lees verder Sieke maake

Want de aarde draait

Mijn laatste column dateert van bijna drie (!) maanden geleden. Dat heeft vele redenen. Extreme drukte op zakelijk gebied en twee nieuwe hobby’s (waarover in een latere column meer) weerhielden me van het achter de laptop kruipen om een stukje te schrijven. Maar de allerbelangrijkste reden, realiseerde ik me onlangs, was het ontbreken van sociaal contact. En laat ik mijn inspiratie nu vooral putten uit ontmoetingen. Afijn, ik ging eind juni op bezoek bij een zonweringsspecialist. En dat leverde me geen zonwering op. Wel een column.

Lees verder Want de aarde draait

Heel, heel lang geleden

Ik knipper nog maar eens met mijn ogen. Dit bestaat niet. Ik word enorm door deze Italiaanse meneer in de maling genomen. Toch? Of toch niet? Het staat er echt:

Hi Christien, yes I am. Are you ok?

Om te zeggen dat ik over mijn toeren ben, is wat overdreven. Maar niet eerder was ik zo in de war van twee zulke simpele zinnetjes, van deze reactie die ik al lang niet meer verwachtte.

Lees verder Heel, heel lang geleden

Over wat energie oplevert

Hoewel ik in 2018 besloot dat nooit meer te doen, schreef ik me in augustus toch weer in op een datingsite. Sindsdien heb ik contact gehad met talloze mannen, onder wie slechts één ontzettend leuke, enkele best sympathieke en vele ongelofelijk (vooral vanbinnen) onaantrekkelijke. ‘Likes’ en contactverzoeken kreeg ik vaak van mannen die heel veel jonger zijn dan ik. Zo was er Delano van 29. ‘Ben je echt 55?’ vroeg hij. Ik had de aanvechting om te antwoorden dat ik er tien jaar vanaf gejokt had, maar antwoordde: ‘Yep. Ik had je moeder kunnen zijn.’ Zijn reactie: ‘Je ziet er veel jonger uit!’ Ik aanvaardde het compliment en schreef: ‘Dat zegt mijn dochter ook altijd.’ Hij reageerde daarop met: ‘Ah, ze noemt jou vast sexy mama?’ Ik heb maar niet de moeite genomen hem te vertellen dat ik van mijn stoel zou vallen als ze dat zou zeggen.

Lees verder Over wat energie oplevert

Als een blok

Stoer heb ik verkondigd dat ik wel ‘een leuk rondje’ weet. Onderweg naar het vertrekpunt vertel ik maar alvast dat ik altijd en overal verdwaal. Ik kan dan nog niet vermoeden dat verdwalen vandaag niet mijn grootste probleem zal zijn. Ik parkeer mijn auto tegenover een toegangsweg naar het bos. Even overweeg ik mijn wandelschoenen uit de kofferbak te halen en aan te trekken. Ze lopen heerlijk, maar ik vind ze zo onflatteus. En hé, dit is een date, dus houd ik mijn laarsjes (met bescheiden hak) aan.

Lees verder Als een blok

Staalblauw – deel 8 (slot)

Helga heet ze, Helga van Swieten. En al snel begrijpen we allebei dat degene die zij ‘mijn vriend’ noemt dezelfde is als de man die zich in mijn nabijheid Jos noemt. Ook zij heeft hem via een datingsite leren kennen. En ook zij woont nogal afgelegen. Ik vertel haar over het dreigbriefje en het bezoek van Dianne. ‘En haar man, Guus, stond net bij mij voor de deur. Het briefje bleek van hem afkomstig.’ Helga heeft geluisterd zonder me te onderbreken en zegt dan: ‘Ik nam net zo geïrriteerd op, omdat ik de afgelopen dagen een paar keer ben gebeld door iemand die de verbinding verbrak nadat ik mijn naam had gezegd.’ Ik moet even nadenken en zeg dan: ‘Helga, ik denk dat J… hij er een aantal agenda’s op na houdt. Ik snap er helemaal niets meer van.’ Zij vraagt wat ik wil gaan doen en ik zeg in alle eerlijkheid dat ik geen idee heb.

Lees verder Staalblauw – deel 8 (slot)

Staalblauw – deel 7

Haar ogen werden nog groter toen ik Dianne vertelde over het briefje dat eerder die week bij me bezorgd was. ‘Nee joh,’ zei ze ontzet, ‘aan dergelijke praktijken doen we niet.’ Van wie het dan wel afkomstig is, heb ik nu, een week na ontvangst ervan, nog niet kunnen achterhalen. Van Jos heb ik na dat ene telefoontje niets meer vernomen. Ik heb nog een paar keer geprobeerd hem te bereiken, maar de moed opgegeven. Jos wil blijkbaar niet gevonden worden. Ook niet door mij.

Lees verder Staalblauw – deel 7

Staalblauw – deel 6

Het duurt even voor ik mijn gedachten op orde heb. Sprakeloos kijk ik haar aan. Jan? Deze vrouw wil mij spreken over Ján? ‘Ik ken geen Jan, flap ik er dan uit.’ Even, heel even lijkt ze van haar stuk gebracht. Dan zegt ze, een beetje besmuikt lachend: ‘Je hebt anders al een paar maanden een relatie met hem.’  Ik wil roepen dat mijn vriend Jos heet, maar besef dan dat mijn vermoeden klopt: Jos ís Jan! ‘Gaat het?’ informeert ze bezorgd. Ik knik, me opeens bewust van het feit dat ik er nogal overstuur uit moet zien. ‘Kom binnen,’ zeg ik schor, waarna ze me volgt naar de keuken. ‘Ga zitten,’ zeg ik, ‘ik ga even de muziek uitzetten.’

Lees verder Staalblauw – deel 6

Staalblauw – deel 5

Ik heb geen oog dichtgedaan. Jos’ woorden, inderhaast neergekrabbeld op het papier dat ik gisteravond op de keukentafel vond, heb ik de hele nacht in mijn hoofd herhaald. Hij schreef dat hij niet had kunnen blijven, dat hij me snel zou bellen. Geen uitleg over het waarom van zijn vertrek. Geen woord ook over mijn veiligheid, het vakantiehuisje dat hij uitgezocht had of over wie Jan is. Natuurlijk heb ik geprobeerd hem te bereiken. Mijn appjes kwamen niet aan – een enkel vinkje erachter, niet meer. Vervolgens heb ik zijn voicemail ingesproken. Ook daarop is geen reactie gekomen. Ik bel je snel, schreef hij. Mijn telefoon heb ik daarom, geheel tegen mijn gewoonte in, meegenomen naar de slaapkamer. Ik pak hem van het nachtkastje: geen berichten of gemiste oproepen van Jos.

Lees verder Staalblauw – deel 5

Staalblauw – deel 4

We zijn op de bank gaan zitten. Niet dicht bij elkaar, zoals gebruikelijk, maar hij in de ene hoek en ik in de andere. Na zijn ‘we moeten praten’ is de sfeer omgeslagen. Nors kijkt hij naar me; alsof ik hem iets heb aangedaan. ‘Nou …’ begin ik, ‘waarover wilde je het hebben?’ Zijn blik verzacht iets, waarna hij zegt dat het misschien beter is dat ik een tijdje in een vakantiehuisje ga wonen. ‘Hoezo?’ vlieg ik op. ‘Vanwege dat briefje, dat dreigement,’ zegt hij gedecideerd. Ik begrijp er niets van. Hoezo ben ik in gevaar, terwijl ik niet eens weet wie Jan is? Jos gaat verder: ‘Ik denk dat je beter tijdelijk ergens anders kunt gaan wonen. Ik heb vanmiddag al een vakantiehuisje gevonden. Je kunt alleen Biko niet meenemen.’ Mijn ogen vallen bijna uit hun kassen. ‘Ben je helemaal gek geworden?’ breng ik uit. ‘Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om dit huis te verlaten, laat staan zonder mijn hond!’ Jos’ gezicht loopt rood aan. En dan begint hij tegen me te schreeuwen dat ik niet zo eigengereid moet zijn, dat ik hem moet vertrouwen, dat hij niet kan instaan voor mijn veiligheid. ‘En als je hier blijft, dan … dan …’ besluit hij. ‘Dan wát?’ spuug ik uit. Hij geeft geen antwoord en we kijken elkaar een tijdlang boos aan, in absolute stilte.

Lees verder Staalblauw – deel 4