Je weet het pas, als je ze openmaakt

Eetrijpe avocado’s’ meldt het bordje tussen de vele, donkergroene vruchten. Nou, denk ik, dat weet je pas als je ze opengemaakt hebt. O, ik weet wel dat je door lichtjes in een avocado te knijpen zou moeten kunnen voelen hoe rijp ze is. Mijn dochter is echt een expert op dat gebied. Zij koopt nooit on- of overrijpe avocado’s. Maar als ik zonder haar boodschappen doe, blijkt bij thuiskomst vaak dat ik net het sneue exemplaar gekozen heb. Soms onthult de groene schil een nog onrijpe binnenkant; niet superlekker, maar te doen. Soms ook, ontmoet ik bij het doorsnijden een boel grijze slijmerigheid, die ik echt niet weg te krijgen vind. Dochterloos zoek ik dus op goed geluk een avocado uit die rijp lijkt.

bakbanaan                         banaan

Lees verder Je weet het pas, als je ze openmaakt

WACHT tot het rode licht gedoofd is

Na acht jaar ben ik wel gewend aan het geklingel wanneer de spoorbomen naar beneden gaan en aan het geluid van passerende treinen. Ik kan niet wennen aan de enkeling die nog snel even langs de spoorbomen glipt, om niet te hoeven wachten op een passerende trein. Nog maar enkele maanden geleden hulden de zwaailichten van de toegesnelde hulpdiensten onze huiskamer in een blauwe gloed. Er viel niets meer te helpen. Ik sloot de gordijnen om de misselijkmakende toestroom van nieuwsgierigen buiten te sluiten. Ik dacht aan die arme man of vrouw die om het leven gekomen was, aan de treinpassagiers, aan de hulpverleners en – zeker niet in de laatste plaats – aan de machinist.

Lees verder WACHT tot het rode licht gedoofd is

Opnieuw langdurig aanmodderen – van Thyrax naar Euthyrox

Van hyper- naar hypothyreoïdie

In 1997 slikte ik een jaar lang medicijnen om mijn schildklier tot bedaren te brengen. Dat hielp niet. Totaal niet. Er zat daarom maar een ding op: een flinke dosis radioactief jodium. Dat hielp. Te goed. Want nadien weigerde mijn schildklier elke vorm van dienst. Van een magere, gejaagde, ‘hartkloppende’ vrouw veranderde ik in een apathisch, dikker wordend en allesbehalve gezellig mens dat nergens meer zin in had. In de zomer van 1998 vond mijn internist dat het zo niet langer kon. ‘Ik ga je Thyrax, een synthetisch schildklierhormoon geven,’ zei hij, ‘maar daar zit je dan wel de rest van je leven aan vast.’ Dat boeide me niet: ik wilde graag af van de overtollige kilo’s en de tergende lusteloosheid.

Lees verder Opnieuw langdurig aanmodderen – van Thyrax naar Euthyrox

De ongewenste leeftijd

‘Ik heb je broer aan de telefoon,’ zei de receptioniste, zodra ik het kantoorpand binnenkwam. Mijn broer aan de telefoon? Op mijn werk? Om kwart over acht? Snel liep ik de trap op. De blauwe, metalen trapleuning had dezelfde gevoelstemperatuur als mijn hart: twee graden onder nul. Dit kon niet goed zijn! Op mijn kamer greep ik de hoorn van het toestel op mijn bureau. Nadat de receptioniste hem doorverbonden had, zei mijn broer zonder omhaal: ‘Papa is vannacht aan de gevolgen van een hersenbloeding overleden.’ Ik vergat adem te halen en wist niets anders uit te brengen dan: ‘Ik kom eraan.’ Totaal verbijsterd hing ik op. Mijn vader mankeerde nooit wat. Nog maar even geleden hadden we zijn verjaardag gevierd. Zijn eenenvijftigste. En nu, dertien dagen later, had hij het leven verlaten? Dat kon niet waar zijn.

Lees verder De ongewenste leeftijd

Wat zeg je dan?

In de supermarkt staat een ventje van een jaar of drie verlangend naar de stapel boodschappenmandjes te kijken. ‘Wil jij er een?’ vraag ik hem en hij knikt zoals alleen kleine kinderen dat kunnen: met heel zijn peuterlijfje. Ik pak het bovenste mandje, maar dat heeft geen wieltjes. Ik kijk even naar het jochie. Een leeg mandje tillen zal niet zo’n probleem zijn, maar ik neem aan dat hij het ook zal willen vullen. Eentje dat hij achter zich aan kan trekken of voor zich uit kan duwen lijkt me geschikter. Het volgende mandje is wel van een set wielen voorzien. Ik zet het voor hem neer en geef hem het handvat aan. Dankbaar kijkt hij me aan. Dan zegt zijn moeder: ‘Wat zeg je dan?’ Hij blijft me aankijken en zwijgt even, alsof hij na moet denken over het antwoord op deze vraag. En dan volgt er iets waar ik niet op gerekend had. ‘Ja,’ zegt hij stralend.

Lees verder Wat zeg je dan?

Twintig plus een

Vandaag is het eenentwintig jaar geleden dat ze geboren werd: mijn dappere, prachtige, slimme en sterke dochter.

Lees verder Twintig plus een

Schuimbekken van koriander

Het gesprek komt op eten, wat we wel en niet lusten. De beide dochters van mijn vriendin zijn nogal kieskeurig, mijn vriendin en ik allesbehalve. ‘Maar,’ zeg ik, ‘er is wel iets wat ik echt niet weg kan krijgen. Koriander!’ De oudste begint te lachen en zegt: ‘Jij vindt zeker dat het naar zeep smaakt.’ Ik knik. Hartgrondig en enigszins verbaasd.

Lees verder Schuimbekken van koriander

Slow down sister

De kantooragenda is boordevol. Vanwege de afwezigheid van veel collega’s komt er dus behoorlijk wat op mijn bordje. Ik schiet tegenwoordig gelukkig niet meer zo snel in de stress – dat zal de leeftijd wel zijn. En vandaag helpt Douwe Bob me kalm te blijven. Vanochtend hoorde ik het op de radio en sindsdien zing ik in gedachten – en af en toe heel even hardop – het lied waarmee hij het Songfestival hoopt te winnen.

Lees verder Slow down sister

Allesbehalve happy burger

De voeten zijn moe, de magen rammelen: wij zijn toe aan een lekkere lunch. Mijn dochter, die vlees noch vis eet, kent een goed veganistisch adresje. Ze is een belangrijk detail vergeten: het betreffende restaurant serveert uitsluitend onbewerkt (lees: rauw) voedsel. Dat dringt pas bij het doornemen van de menukaart tot me door. Hoewel ik tegenwoordig nog maar zelden vlees of vis eet, is onbewerkt veganistisch voedsel wel wat ver van mijn bed. Maar ik houd wel van een bescheiden avontuur. Bovendien klinken veel gerechten op de kaart smakelijk. ‘Ik denk dat ik ga voor de happy burger,’ zeg ik. Zij besluit hetzelfde te bestellen. En we nemen er allebei muntthee bij.

Lees verder Allesbehalve happy burger

Flurpen in de supermarkt

‘Lieverd, waarom zoek je niet eens een leuke vent,’ zegt een van mijn nieuwe collega’s zuchtend tegen me. Ik lach en zeg dat ik het zoeken heb opgegeven. ‘Waarom?’ wil ze weten en ik moet even nadenken over het antwoord op die vraag. Zo zachtjesaan heb ik meer dan genoeg van datingsites; ik kan er een boek over schrijven – of wacht, dat heb ik al gedaan. Het lot lijkt me op liefdesgebied nu eenmaal niet gunstig gezind. Die ene man die ik oprecht ver-schrik-ke-lijk leuk vond, bleek mij best lief te vinden, maar ook niet meer dan dat. Sindsdien ben ik nooit meer een man tegenkomen die ik echt de moeite waard vond. ‘Ach, wie weet bots je vandaag of morgen tegen de man van je dromen aan in de supermarkt,’ lacht mijn collega.  Lees verder Flurpen in de supermarkt

tekstschrijver, auteur & redacteur uit Velp (bij Arnhem)