Volgende patiënt

Ik vlieg het gezondheidscentrum in: snel even een formuliertje bij de huisartsassistente halen en daarna door naar het priklab. Dat ik dat ‘snel’ vlot uit mijn hoofd moet zetten, blijkt al vlug. De jonge assistente heb ik nog niet eerder gezien. Misschien is ze hier nog maar net begonnen. Ze kijkt met opgetrokken wenkbrauwen naar een vrouw die zich over de balie gebogen heeft. Het mens gaat nogal tekeer. ‘Ik vind het absurd dat er geen informatie over de artsen op de website staat,’ zegt ze. ‘Heb je dan op zijn minst een folder, met foto’s van alle huisartsen?’

Lees verder Volgende patiënt

Zon, zee en ezels – een reisverslag in columns (3)

Alsnog ter plekke smelten

We hebben ons verheugd op een bezoek aan het archeologisch museum. Op internet hebben we gelezen dat het al enige tijd gesloten is in verband met een grootscheepse verbouwing, maar we hebben besloten toch zelf te gaan kijken. Wie weet, hebben we geluk. De wandeling van de parkeerplaats bij de oude haven naar het stadscentrum is goed te doen. Terwijl de temperatuur alsmaar stijgt, lopen we vervolgens langs de boulevard naar de andere kant van de stad. Nu we voor de hekken van het nog altijd gesloten museum staan, zijn mijn gezicht en rug nat van het zweet. Dat brengt me verkoeling, zij het op een nogal onaangename manier. Ik kijk opzij en zie hoe mijn dochter zich moet vasthouden aan het hek. Haar wangen zijn rood, maar ook kurkdroog. Zij zweet niet; hoe warm ze het ook heeft. Ik moet denken aan mijn oma, die ook nauwelijks zweette. Op zomerse dagen klaagde ze vaak: ‘De hitte zit me onder het vel.’ Pas nu ik een kind heb, dat doorgaans evenmin een druppel zweet verliest, snap ik wat ze daarmee bedoelde. ‘Kom,’ zeg ik tegen mijn dochter, ‘laten we snel een terras opzoeken, voordat je ter plekke smelt.’ Ze knikt alleen maar; het is haar te warm voor woorden.

Lees verder Zon, zee en ezels – een reisverslag in columns (3)

Zon, zee en ezels – een reisverslag in columns – 2

Rijden als een Griekse queen of the road

De rit naar het hotel valt alleszins mee. De weg ernaartoe vertoont slechts enkele gaten en is breed genoeg voor twee auto’s. De bewegwijzering laat enigszins te wensen over, maar wij hebben een routebeschrijving van de reisorganisatie ontvangen, zodat we maar eenmalig een heel klein beetje dreigen te verdwalen. Pas de volgende dag ervaren we dat de reisgidsen niet gelogen hebben: buiten de belangrijkste hoofdwegen is het wegennet op het eiland niet alleen in slechte staat, maar vaak ook adrenalineverhogend smal en soms ontzettend (haarspeld)bochtig. Bergop kreunt, steunt en zucht onze Suzuki Alto. Slechts in de eerste versnelling wil het autootje naar boven.

Lees verder Zon, zee en ezels – een reisverslag in columns – 2

Zon, zee en ezels – een reisverslag in columns – 1

 

Zoethoudertjes

Een hobby is het nog steeds niet, dat vliegen. Ik beschouw het maar als een noodzakelijk kwaad. In de slurf naar het vliegtuig moeten we wachten. Ik kijk door een van de raampjes naar buiten en zie een man voorbijkomen met een krik. Hij loopt ermee naar de neus van het toestel en vervangt daar – zo te zien vrolijk fluitend – het neuswiel. Ik besluit niet langer te kijken, word er alleen nog maar nerveuzer van. ‘Komt goed, mam,’ fluistert mijn dochter me toe. Zij heeft totaal geen last van vliegangst, dus zij heeft makkelijk praten.

Lees verder Zon, zee en ezels – een reisverslag in columns – 1

Je weet het pas, als je ze openmaakt

Eetrijpe avocado’s’ meldt het bordje tussen de vele, donkergroene vruchten. Nou, denk ik, dat weet je pas als je ze opengemaakt hebt. O, ik weet wel dat je door lichtjes in een avocado te knijpen zou moeten kunnen voelen hoe rijp ze is. Mijn dochter is echt een expert op dat gebied. Zij koopt nooit on- of overrijpe avocado’s. Maar als ik zonder haar boodschappen doe, blijkt bij thuiskomst vaak dat ik net het sneue exemplaar gekozen heb. Soms onthult de groene schil een nog onrijpe binnenkant; niet superlekker, maar te doen. Soms ook, ontmoet ik bij het doorsnijden een boel grijze slijmerigheid, die ik echt niet weg te krijgen vind. Dochterloos zoek ik dus op goed geluk een avocado uit die rijp lijkt.

bakbanaan                         banaan

Lees verder Je weet het pas, als je ze openmaakt

WACHT tot het rode licht gedoofd is

Na acht jaar ben ik wel gewend aan het geklingel wanneer de spoorbomen naar beneden gaan en aan het geluid van passerende treinen. Ik kan niet wennen aan de enkeling die nog snel even langs de spoorbomen glipt, om niet te hoeven wachten op een passerende trein. Nog maar enkele maanden geleden hulden de zwaailichten van de toegesnelde hulpdiensten onze huiskamer in een blauwe gloed. Er viel niets meer te helpen. Ik sloot de gordijnen om de misselijkmakende toestroom van nieuwsgierigen buiten te sluiten. Ik dacht aan die arme man of vrouw die om het leven gekomen was, aan de treinpassagiers, aan de hulpverleners en – zeker niet in de laatste plaats – aan de machinist.

Lees verder WACHT tot het rode licht gedoofd is

Opnieuw langdurig aanmodderen – van Thyrax naar Euthyrox

Van hyper- naar hypothyreoïdie

In 1997 slikte ik een jaar lang medicijnen om mijn schildklier tot bedaren te brengen. Dat hielp niet. Totaal niet. Er zat daarom maar een ding op: een flinke dosis radioactief jodium. Dat hielp. Te goed. Want nadien weigerde mijn schildklier elke vorm van dienst. Van een magere, gejaagde, ‘hartkloppende’ vrouw veranderde ik in een apathisch, dikker wordend en allesbehalve gezellig mens dat nergens meer zin in had. In de zomer van 1998 vond mijn internist dat het zo niet langer kon. ‘Ik ga je Thyrax, een synthetisch schildklierhormoon geven,’ zei hij, ‘maar daar zit je dan wel de rest van je leven aan vast.’ Dat boeide me niet: ik wilde graag af van de overtollige kilo’s en de tergende lusteloosheid.

Lees verder Opnieuw langdurig aanmodderen – van Thyrax naar Euthyrox

De ongewenste leeftijd

‘Ik heb je broer aan de telefoon,’ zei de receptioniste, zodra ik het kantoorpand binnenkwam. Mijn broer aan de telefoon? Op mijn werk? Om kwart over acht? Snel liep ik de trap op. De blauwe, metalen trapleuning had dezelfde gevoelstemperatuur als mijn hart: twee graden onder nul. Dit kon niet goed zijn! Op mijn kamer greep ik de hoorn van het toestel op mijn bureau. Nadat de receptioniste hem doorverbonden had, zei mijn broer zonder omhaal: ‘Papa is vannacht aan de gevolgen van een hersenbloeding overleden.’ Ik vergat adem te halen en wist niets anders uit te brengen dan: ‘Ik kom eraan.’ Totaal verbijsterd hing ik op. Mijn vader mankeerde nooit wat. Nog maar even geleden hadden we zijn verjaardag gevierd. Zijn eenenvijftigste. En nu, dertien dagen later, had hij het leven verlaten? Dat kon niet waar zijn.

Lees verder De ongewenste leeftijd

Wat zeg je dan?

In de supermarkt staat een ventje van een jaar of drie verlangend naar de stapel boodschappenmandjes te kijken. ‘Wil jij er een?’ vraag ik hem en hij knikt zoals alleen kleine kinderen dat kunnen: met heel zijn peuterlijfje. Ik pak het bovenste mandje, maar dat heeft geen wieltjes. Ik kijk even naar het jochie. Een leeg mandje tillen zal niet zo’n probleem zijn, maar ik neem aan dat hij het ook zal willen vullen. Eentje dat hij achter zich aan kan trekken of voor zich uit kan duwen lijkt me geschikter. Het volgende mandje is wel van een set wielen voorzien. Ik zet het voor hem neer en geef hem het handvat aan. Dankbaar kijkt hij me aan. Dan zegt zijn moeder: ‘Wat zeg je dan?’ Hij blijft me aankijken en zwijgt even, alsof hij na moet denken over het antwoord op deze vraag. En dan volgt er iets waar ik niet op gerekend had. ‘Ja,’ zegt hij stralend.

Lees verder Wat zeg je dan?

Twintig plus een

Vandaag is het eenentwintig jaar geleden dat ze geboren werd: mijn dappere, prachtige, slimme en sterke dochter.

Lees verder Twintig plus een

tekstschrijver, auteur & redacteur uit Velp (bij Arnhem)