Tagarchief: Francis Ledwidge

Over wat nog niet is

Sinds ik schreef dat mijn dochter van plan was om te emigreren, krijgt ze regelmatig de vraag: ‘Zit jij niet in het buitenland?’ Ze schudt dan haar hoofd en zegt dat de plannen gewijzigd zijn. Toch blijft dat buitenland trekken, niet omdat ze een hekel heeft aan Nederland, maar onder meer vanwege haar fascinatie voor de gebeurtenissen in het eerste kwart van de twintigste eeuw, meer in het bijzonder voor de Eerste Wereldoorlog. Ieper speelde een belangrijke rol in die oorlog. Ruim een eeuw later houdt die stad de herinnering eraan levend door middel van herdenkingen en educatie. Charlotte droomt ervan om iets op dat vlak te gaan doen; ze heeft zich tijdens haar master ‘tourism & culture’ niet voor niets gespecialiseerd in herinneringstoerisme. Ieper stal haar hart tijdens ons eerste bezoek aan die stad. Daarna is ze er nog twee keer geweest.

Lees verder Over wat nog niet is

Heimwee naar Ierland, een reisverslag in columns – deel V

Home

We zijn toe aan de laatste etappe van onze reis die zal eindigen in County Meath. We hebben gisteravond al een mooie route uitgezocht en nadat Róisín ons heeft uitgezwaaid, zetten we koers richting het noorden. We rijden met een grote bocht om Dublin heen: geen snelwegen meer voor ons. Ruim twee uur later bereiken we de Hill of Tara, een plek waar in lang vervlogen tijden koningen gekroond werden. Het uitzicht vanaf de heuvel is verpletterend mooi. Het landschap glooit zacht en in elke denkbare kleur groen naar de horizon. In de verte menen we zelfs de Ierse Zee te zien.

Lees verder Heimwee naar Ierland, een reisverslag in columns – deel V

Een paar honderd meter vloeibare modder

De vlag bij het monument voor Francis Ledwidge steekt groen-wit-oranje af tegen de felblauwe voorjaarslucht. Samen lopen we in de richting van de begraafplaats, waar de Ierse dichter ligt. Hij sneuvelde hier tijdens de derde slag om Ieper. Ik moet slikken, zodra we het Artillery Wood Cemetery betreden. Eindeloze rijen witte zerken markeren de laatste rustplaatsen van 1.307 jonge mannen en jongens. Alsof ze hier vaker geweest is, loopt ze zonder aarzelen af op het graf van de dichter die zo’n belangrijke rol speelt in de scriptie die ze voor haar studie Engels aan het schrijven is. Voorzichtig laat ze zich op haar knieën zakken en legt ze de onderweg gekochte bos bloedrode tulpen bij Francis’ grafsteen. Er vormt zich een brok in mijn keel en ik laat haar even alleen met haar eigen gedachten, ook omdat ik de mijne moet ordenen. Ik kijk om me heen: zo veel doden, zo veel verspilde mensenlevens, zo veel … zinloosheid.

Lees verder Een paar honderd meter vloeibare modder