Vijfentwintig jaar

Omdat mijn oudste zus vandaag voor taxichauffeur speelt, kan ik op mijn gemak om me heen kijken. De velden langs de weg zijn sneeuwwit. In de verte trekken silhouetten van schaatsers in hoog tempo voorbij. Wat zou hij genoten hebben, denk ik, hoewel… zou hij op zijn zesenzeventigste nog in staat zijn geweest tot sportieve activiteiten? Feit is dat hij hield van de winter, van schaatsen in het bijzonder. Hij heeft het mij zelf geleerd en ik denk nog wel eens met weemoed aan de tochtjes van toen. Hij is er niet meer en ik heb mijn schaatsen lang geleden aan de wilgen gehangen.

Mijn dochter is zijn eerste kleinkind. Ze wordt acht jaar en ruim vier maanden na zijn overlijden geboren. Ze leert hem kennen van foto’s en verhalen en ontwikkelt een band met hem, die me soms verbaast. Als ze een jaar of vijf is, tref ik haar op haar knietjes aan in bed. Ze vraagt aan de God die ik sinds het overlijden van mijn vader de rug heb toegekeerd, om goed voor haar opa te zorgen. Ook in de jaren die volgen, blijft hij een rol in haar leven spelen. Vaak praten we over hem, wil ze van mij en van mijn moeder weten, hoe hij was. Op vakantie bezoeken we altijd minstens één kerk. We gebruiken de smoes, dat we geïnteresseerd zijn in de architectuur, de kunst. In werkelijkheid gaan we maar om een enkele reden naar binnen: mijn dochter wil een kaarsje voor haar opa aansteken.

Vandaag, 11 februari 2012, is het vijfentwintig jaar geleden dat mijn vader overleed. Met mijn dochter en mijn twee zussen bezoek ik mijn moeder. ’s Avonds, aan tafel, komt het gesprek op de uitvaart van toen. Soms knaagt het aan me, dat ik het toen niet op kon brengen om te spreken, te getuigen van mijn liefde voor mijn vader en dat we nooit echt afscheid van hem hebben kunnen nemen. En ook nu overvalt dat akelige gevoel me weer heel even. Maar dan hoor ik mijn dochter vertellen over haar opa, over de band die ze met hem heeft, ondanks het feit dat ze hem nooit gekend heeft. Als ook mijn zussen vertellen dat zij met hun kinderen veel over onze vader praten, besef ik opeens dat wij de liefde voor onze vader in de harten van onze kinderen hebben gezaaid en dat hij op die manier toch voortleeft. In ons en in onze kinderen.

Hoe bijzonder dat is, realiseer ik me, als we weer thuis zijn. Mijn dochter heeft het kaarsje dat voor opa’s foto op haar kamer staat, aangestoken. Ik blijf er minutenlang naar kijken. Een beetje verdrietig, maar ook dankbaar dat ik een vader had, die zelfs vijfentwintig jaar na zijn dood nog een rol in onze levens speelt.

4 gedachten over “Vijfentwintig jaar”

  1. Het belangrijkste in het leven is liefde. Als je dat op dergelijke manier kunt zaaien, kun je je schuldgevoel – samen met je schaatsen – wel aan de wilgen hangen.
    Liefs!

  2. Het is inderdaad een prachtig verhaal. Ontroerend dat generaties die elkaar niet kennen, elkaar toch “voelen”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.