Kroatië: langs de kust en terug (4)
De afgelopen dagen zijn we langs de kust verder naar het zuiden gereden. We hebben een nacht in Trogir doorgebracht en een in Dubrovnik. Vandaag is Marusici, een kustdorp ten zuiden van Split, ons einddoel. We gaan er niet rechtstreeks naartoe, maar via Mostar, in Bosnië en Herzegovina.
Al snel na het verlaten van Dubrovnik bereiken we de grens met Bosnië. Bij de douane laten we onze paspoorten zien en vraagt de beambte ook naar onze autopapieren. Ik overhandig haar het kentekenbewijs, waarna ze heftig haar hoofd schudt: nee, ze wil de PAPIEREN zien. Ik leg vriendelijk uit dat dit plastic kaartje alles is wat we hebben. Ze bestudeert het en haalt haar schouders op. Enigszins onvriendelijk steekt ze me het kentekenbewijs weer toe. Even verderop moeten we stoppen bij een politiepost, waar we opnieuw onze paspoorten moeten laten zien.
Daarna strekt de Bosnische eindeloosheid zich voor ons uit. We belanden op een smalle en verlaten provinciale weg die zich door de bergen slingert. We zien geen huizen, geen mensen, geen vee. Na vele kilometers verlatenheid rijden we af op een rotonde. Ernaast zijn een luxe hotel en villa’s in aanbouw, maar er is nog steeds geen mens te zien. De rotonde kent maar één afslag. Het geld voor asfalt zal in de nieuwbouw gestoken zijn: langzaam rijden we over een grindpad, dat na een paar honderd meter opeens weer overgaat in een geasfalteerde weg. Daarna duurt het nog vele tientallen kilometers voor we het eerste dorp zien opdoemen.
Zodra we Mostar binnenrijden, is het even gedaan met de verlatenheid. In een van de smalle straatjes in de buurt van de beroemde, in de jaren negentig kapotgeschoten en naderhand gerenoveerde brug strijken we neer in een restaurant. In de rij voor het toilet raak ik in gesprek met een vriendelijke Bosnische. Wat ik van haar land vind, wil ze weten. Ik denk: very empty, maar antwoord: ‘Beautiful!’ want ook dat is het.




Na de lunch lopen we naar de waterkant. Op de brug staan twee jongens klaar om eraf te duiken. Net als veel andere toeristen staan we een poosje te kijken, maar na een paar minuten stappen de knullen weer over de reling: ze zien af van een duik. Wij wandelen naar de brug. Die blijkt geplaveid met spekgladde stenen en is vol met moeizaam manoeuvrerende toeristen. Voorzichtig banen we ons een weg omhoog en weer naar beneden. We slenteren langs kraampjes vol prullaria en een kleine fototentoonstelling over de verwoesting die hier in de meest recente oorlog heeft plaatsgevonden. Daarna besluiten we dat we het belangrijkste van Mostar wel gezien hebben.
We rijden de stad uit en met elke kilometer die we afleggen, wordt het rustiger om ons heen. Al snel bereiken we de snelweg die naar Kroatië leidt. We verbazen ons, want die weg lijkt daar speciaal voor ons aangelegd: er is geen auto te bekennen! En zo eindigt ons tripje door dit land zoals het begon: in volkomen verlatenheid. Bosnië grossiert erin, blijkbaar.
Wat betreft grenscontrole een achtergebleven gebied maar verder een pracht land.
Jazeker!