Drukte in een vermoeiend sprookjesdecor

Kroatië: langs de kust en terug (3)

Vandaag zijn we in nationaal park Plitvicemeren. Parkeren moeten we in het bos. Langzaam rijd ik langs het hellende pad omhoog. Steeds hoger moeten we; er is geen parkeerplek te vinden, maar uiteindelijk kunnen we de auto kwijt tussen twee boompjes. We gaan naar de ingang van het park en vanaf daar dalen we – deels via een pad, deels via trappen – af naar de aanleigsteiger van de boot die ons naar de Lower Lakes zal brengen.

Er staan al heel veel mensen te wachten, maar de boot blijkt ruim genoeg om ook ons mee te nemen. Aan de overkant van het meer nemen we nog een boot en dan begint een magische wandeling langs turkooizen meertjes en bruisende watervallen. Ik waan me in een sprookjesdecor, wil wel om de paar meter stoppen voor een foto, maar veel van de beste plekken langs het pad zijn al bezet door druk fotograferende medetoeristen. Verder gaan we dan maar, over de houten paden tussen het groen en blauw. Soms moeten we een beetje inschikken om anderen te laten passeren. Van opschieten is vandaag geen sprake, maar wie wil zich haasten in een sprookjesachtige omgeving?

Van ver horen we al wat ons aan het eind van het pad wacht: een gigantische waterval die zich met donderend geraas van de rotsen stort. Eerst trekt een regenboog boven het water onze aandacht, dan bewegen we ons in ganzenpas naar de waterval. We gaan er zo dicht mogelijk bij en staan een poosje vol ontzag te kijken naar het natuurgeweld dat zich voor onze ogen afspeelt.

We nemen dezelfde route terug naar de aanlegsteiger, waar alweer een enorme menigte op de boot staat te wachten. Gelukkig komen er twee, zodat we niet al te lang hoeven te wachten. Bij de Upper Lakes maken we nog een korte wandeling. Om de een of andere reden is het hier veel minder druk en dat is fijn. Zo hoeven we niet steeds te wachten om anderen te laten passeren op de smalle houten paadjes. En hier kunnen we rustig om de paar meter stilhouden voor een foto.

Pas als we weer terug zijn bij de boot die ons over het grote meer moet brengen, merk ik hoe moe ik ben. Aan boord bedenk ik dat we zo ook nog bijna een halfuur moeten lopen naar de parkuitgang. Ik zet die gedachte uit mijn hoofd en geniet van de betoverende kleur van het water dat ons omringt en van de ontelbare watervalletjes die zich vanaf de oevers in het groenblauw storten.

De wandeling naar de parkeerplaats valt me zwaar. Mijn bijna zestigjarige lijf kampt al drie decennia lang met een kapotte schildklier en sinds een tijdje opeens ook met hooikoorts. Het is zo moe, dat ik bijna moet huilen. Gert wacht elke keer geduldig tot ik genoeg moed en energie verzameld heb voor weer een paar treden. Als we eindelijk een ’traploze’ weg bereikt hebben, blijkt die niet zo vlak te zijn als ik dacht me te herinneren. Voetje voor voetje dwing ik mezelf verder, terwijl mijn benen schreeuwen dat ze écht niet meer kunnen. Eindelijk weer terug bij de uitgang van het park zegt mijn lief: ‘Zal ik de auto gaan halen?’ Dat aanbod sla ik niet af: nog eens klimmen naar de auto ga ik simpelweg niet redden.

Als ik een kwartiertje later bij hem instap, heb ik mijn adem weer onder controle en zijn mijn benen gestopt met schreeuwen.  ‘Wat was het prachtig,’ zucht ik, ‘en ondanks de protesten van mijn lijf had ik al dit moois voor geen goud willen missen.’

4 gedachten over “Drukte in een vermoeiend sprookjesdecor”

  1. Weer een leuk verslag Christien.
    Wanneer zet je er een BlueSky linkje bij?

Reacties zijn gesloten.