En route, een reisverslag in columns – deel IV (slot)

‘C’est terminé, madame!’

Vandaag gaan we onderweg naar ons laatste Franse overnachtingsadres: Boulogne-sur-Mer. Vanuit Saint-Valéry is het maar een uurtje rijden, dus besluiten we een omweg te maken, laten we Boulogne (letterlijk) links liggen en rijden we door het binnenland naar Calais.

Vlak voor Calais buigen we af naar de kustweg, die we straks zuidwaarts richting Boulogne willen gaan volgen. Op een bord staat ‘Sangatte’. Ik herinner me dat daarvandaan vorige maand iemand met een flyboard het Kanaal overgestoken is. ‘Zullen we even in die plaats gaan kijken?’ vraag ik en mijn dochter knikt. We slaan rechtsaf, een smalle landweg in. Na een kilometer of drie komen we abrupt tot stilstand. Midden op de weg staat een colonne vrachtwagens. De chauffeur van de voorste staat naast de cabine te wachten tot de laadbak vol is. Het lijkt nog wel even te gaan duren en omdat de colonne passeren geen optie is, keer ik de auto. Sangatte zullen we op deze reis niet te zien krijgen, dankzij een enorme berg suikerbieten.

We rijden verder en parkeren de auto bij Cap Blanc-Nez. Daar lopen we naar het uitzichtpunt boven op de krijtrots. Ik ben verbijsterd als ik aan de horizon de witte krijtrotsen van Dover zie. ‘Moet je kijken hoe dichtbij!’ roep ik in mijn enthousiasme. Alle aanwezigen draaien hun hoofden in onze richting. Charlotte moet om me lachen, maant me tot kalmte, maar ik kan er niet over uit dat Engeland haast aan te raken lijkt. Opeens snap ik ook waarom mensen soms proberen op een gammel vlot over te steken. Gebiologeerd blijf ik minutenlang naar de horizon turen.

We rijden verder naar het iets zuidelijker gelegen Escalles. Vanaf het strand heb je ook daar een prachtig uitzicht. Het is eb en menig wandelaar daalt wankelend en glijdend de helling vol keien af om op de smalle strook zand aan de waterlijn te komen. Ik heb weinig zin om hun voorbeeld te volgen. Dan zien we een vrouw met een brace om haar linkerbeen, waardoor ze haar knie niet kan buigen. Even denk ik: die zal hier vast niet naar beneden gaan, maar tot mijn stomme verbazing legt ze haar handen op de schouders van haar man en hobbelt ze achter hem aan de keienhelling af.

We rijden verder en mijn maag begint te knorren. Na een tussenstop bij Cap Gris-Nez rijden we Audresselles in, waar we de auto op een plein in het centrum parkeren. We lopen een bakkerij met lunchroom in. ‘Nee,’ zegt de serveerster gedecideerd, ‘ik heb geen brood meer’. Verbouwereerd wijs ik naar de tientallen broden in de bakkerij, maar zij schudt haar hoofd. In het restaurant ernaast doen we een nieuwe poging iets te eten te bemachtigen. Het is half twee als we er naar binnen gaan. Wat we moeten, wil de norse ober weten. Ik antwoord dat we willen lunchen. Hij kijkt me aan, gebaart vervolgens naar zijn pols en roept uit: ‘Mais non, c’est terminé madame!’ Kennelijk is in dit dorp de lunch al om half twee voorbij.

Hongerig rijden we door naar Boulogne-sur-Mer. Op de parkeerplaats voor het hotel verorberen we nog snel een van thuis meegebracht appeltje en daarna checken we in. Het hotel is prachtig gelegen aan de lange boulevard, maar naar het centrum van de stad is het nog wel een half uur lopen over – alweer – sterk hellende straten. Ik ben een beetje humeurig als we op een terras neerstrijken voor een kopje koffie. De Bretonse appeltaart en de vriendelijke bediening maken alles weer goed.

Onze laatste dag is aangebroken. We rijden naar Saint-Omer dat een leuk stadje blijkt te zijn en brengen er een bezoek aan de ruïnes van een abdij. Daarna rijden we terug naar de kust en gaan we in Escalles op zoek naar fossielen. Nou ja, Charlotte. Ik zit op een rotsblok te genieten van het uitzicht en zie hoe twee ferryboten elkaar passeren, de een op weg naar Engeland, de ander naar Calais. Dat schouwspel boeit me zo, dat ik niet in de gaten heb dat het vloed wordt. Charlotte staat een heel eind verderop tussen de stenen te turen, haar rug naar me toe gekeerd. Tegen de wind in roep ik haar naam. Uiteraard hoort ze me niet. Ik zie hoe snel het water dichterbij komt en raak enigszins in paniek. Ik stuur haar een appje, maar heb geen bereik. Kijk dan om, kijk dan om, herhaal ik in gedachten. En dan doet ze dat. Ik ben inmiddels opgestaan en gebaar dat ze terug moet komen. Kalmpjes wandelt ze weer in mijn richting en zodra ze me bereikt heeft, zegt ze: ‘Ik had het water wel in de gaten gehouden, hoor.’

Bij zonsondergang wandelen we over de boulevard in Boulogne. Frankrijk neemt afscheid van ons in de mooiste kleuren. En terwijl ik naar de vuurtoren voor de kust kijk, denk ik: c’est terminé, madame. Onze vakantie is jammer genoeg alweer voorbij.

2 gedachten over “En route, een reisverslag in columns – deel IV (slot)”

  1. Leuk om mee te lezen met jullie reis. En dan die foto met the white cliffs of Dover, dat lijkt wel heel erg dichtbij ja.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.