En route, een reisverslag in columns – deel III

Maar een halfuurtje lopen

We hebben Rouen achter ons gelaten en zijn onderweg naar Saint-Valéry-sur-Somme. Omdat ik ontzettend van de zee houd en we tot nu toe nog geen druppel (zee)water gezien hebben, besluiten we richting Dieppe te gaan en vanaf daar zo veel mogelijk langs de kust te rijden.

De kust hier is bekend vanwege de ‘falaises’, de krijtrotsen, en we kunnen niet wachten om ze te bekijken. In Belville-sur-Mer verlaten we de D113 en rijden we een woonwijk in, het bordje ‘plage’ volgend. Op een reusachtig parkeerterrein zetten we de auto neer en stappen we uit. Een rij bomen ontneemt ons het zicht op de kust. We lopen erheen maar komen al snel tot de ontdekking dat de zee weliswaar ergens beneden ons moet zijn, maar dat er nergens een pad te bekennen is. Snel stappen we weer in.

Een kilometer of vijftien verderop vinden we ter hoogte van Criel-sur-Mer opnieuw een bordje dat naar het strand wijst. We doen nog maar een poging. En die wordt beloond! De lucht boven de strandhuisjes op de kiezels is grijs, maar de zee is prachtig blauwgroen en de krijtrotsen zijn in het echt nog imposanter dan we gedacht hadden.

Nadat we een poosje van het uitzicht en het strand genoten hebben, gaan we verder. We passeren Le Tréport en besluiten meteen om hier morgen terug te keren. Aan het begin van de avond arriveren we in Saint-Valéry-sur-Somme, een pittoresk dorpje aan de baai van de Somme, met een middeleeuws gedeelte en smalle, hellende straten. We parkeren de auto aan de rand van het dorp, ik schrik eerst van de exorbitante parkeertarieven en daarna van hoe steil de weg naar het centrum is. Charlotte neemt onze koffer mee in de ‘afdaling’ naar de boulevard, waaraan ons hotel zich bevindt. Ik volg haar en maak me nu al druk over het feit dat we over 25 minuten terug moeten zijn bij de auto (het eerste halfuur parkeer je gratis, daarna moet je flink betalen). ‘Er is wel een gratis parkeerterrein, hoor,’ zegt de hotelmanager opgewekt nadat ik heb gevraagd of het parkeren overal zo duur is. Hij voegt eraan toe: ‘Het is maar een halfuurtje lopen.’

Nadat we onze koffer naar de hotelkamer gebracht hebben, gaan we terug naar het parkeerterrein. Puffend, zwetend en mopperend loop ik omhoog. We willen het dorp verkennen en ik heb geen zin om dan eerst de auto nog te moeten verplaatsen, dus koop ik een parkeerticket waarmee we de auto tot de volgende ochtend kunnen laten staan. We dalen opnieuw af naar het dorp en gaan aan de boulevard wat drinken.

Gisteravond hebben we zo ongeveer heel Saint-Valéry bekeken (zo veel valt er niet te zien) en daarom gaan we vandaag terug naar Le Tréport. Is er in de baai van de Somme geen krijtrots te bekennen, hier zijn er weer genoeg. We genieten van de vergezichten en de mooie route en drinken na een korte stadswandeling koffie in Le Tréport. Het is tegen het middaguur als ons iets begint op te vallen: winkels zijn in de plaatsen die we tot nu toe bezocht hebben slechts open tussen 10.00 en 12.00 uur en 14.00 en 16.00 uur. Voor tienen, tussen twaalf en twee uur en na vieren valt er weinig te beleven. Ook hier in Le Tréport sluiten de meeste winkeliers hun deuren. Tijd om verder te gaan, vinden wij.

Een mooie route voert ons via slaperige dorpjes naar Abbeville en tot slot naar Le Crotoy, het dorp aan de andere kant van de baai van de Somme. Bij eb zouden hier, net als in Saint-Valéry, zeehonden te vinden moeten zijn. Het is vloed. Meer dan enkele meeuwen zijn er niet te zien.

We hebben gegeten en zijn terug in Saint-Valéry. Samen lopen we de lange boulevard af. Na ruim twintig minuten hebben we het eind ervan bereikt en vinden we een cafeetje met een terras aan het strand. We bestellen een drankje en genieten van de zonsondergang. Plotseling moet ik lachen. Ik wijs naar de andere kant van de baai en zeg: ‘We hadden daar in Le Crotoy moeten blijven; het schijnt dat de zonsondergang daarvandaan fantastisch mooi is. We zouden de auto nog kunnen pakken en erheen rijden.’ Mijn dochter kijkt me peinzend aan en betwijfelt of we dan nog op tijd in Le Crotoy zijn; van hier naar de parkeerplaats is het nog minstens een halfuur lopen. Daarom blijven we zitten tot de zon ergens in de verte achter de bomen verdwenen is en de dag in rode en oranje tinten afscheid neemt.

4 gedachten over “En route, een reisverslag in columns – deel III”

  1. Ik heb even bijgelezen. Leuke verhalen, wat een man die norse ober. Mooie foto’s, de rozen met regendruppels. Ik vind de laatste foto ook mooi. Het geeft de sfeer van het moment mooi weer.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.