Burn-outdagboek – II (29 april 2026)
Al in de zomer van 2025 word ik geplaagd door hartkloppingen, zweetaanvallen, misselijkheid en een meestal sluimerende en soms opvlammende kribbigheid. Ik kom in juli redelijk uitgerust terug van vakantie. Maar zoals gebruikelijk verdwijnt die rust op de eerste werkdag erna: vanwege de vakanties van diverse collega’s komt er nog meer dan gebruikelijk op mijn bord. Ik neem maar weer dossiers mee naar huis om ’s avonds en op mijn vrije maandagen nog wat te kunnen doen.
In diezelfde zomer komt mijn moeder ongelukkig ten val. Rond elf uur ’s avonds ben ik bij haar en rijd ik, met mijn jongste zus, achter de ambulance aan. Tot diep in de nacht zitten we bij haar op de spoedeisende hulp en zodra besloten is dat ze moet worden opgenomen, rijden wij naar haar huis en brengen daar de nacht door. In de weken daarna rijd ik vrijwel dagelijks heen en weer naar het ziekenhuis in Doetinchem en later naar het revalidatiecentrum in Dieren. Ze herstelt relatief snel, maar de zorgen om haar zelfstandig wonen nemen toe. Hoewel alles in mij schreeuwt dat ik dat niet voor haar wil, zetten we haar op een wachtlijst voor een zorgappartement. Zij heeft er vrede mee, maar ik kan de gedachte niet uitzetten dat ze straks moet verhuizen naar een plek waar ze voorheen beslist niet naartoe wilde. Mijn relativeringsvermogen en realiteitszin lijken helemaal verdwenen.
De maanden verstrijken. Ik negeer het feit dat ik me steeds moeilijker kan concentreren, dat ik nooit uitgerust en bijna steevast badend in het zweet wakker word. Ik lijk opeens vatbaar voor elke verkoudheid en herstel daar telkens maar moeilijk van en zie op tegen alles wat enige inspanning vergt. Ik kan niks hebben, vat elke vorm van kritiek op als een enorme aanval op mijn persoonlijkheid. Het levert me een hardnekkige onenigheid met mijn zussen op en ik ben niet in staat om daarover op een gezonde manier met hen in gesprek te gaan.
In januari wordt mijn steun en toeverlaat op kantoor ernstig ziek. Waar ik eraan gewend was de werkvoorraad met haar te kunnen delen, moet ik nu weer in mijn eentje ploeteren. Maar ik maak me in de eerste plaats enorm zorgen om haar gezondheid. Ik voel me vaak ellendig, maar blijf desondanks doen alsof er niets aan de hand is. In april ontvang ik het verpletterende bericht dat ook een dierbare vriendin ernstig ziek is. Ik wil erom huilen, schreeuwen, maar er komt alleen een verslagenheid over me die ik niet eerder heb ervaren.
Dan komt een paar weken later plots het bericht dat er een zorgappartement is vrijgekomen voor mijn moeder. Ze moet binnen een week verhuizen. En precies op dat moment slaan bij mij de stoppen door. Fysiek en mentaal ben ik niet in staat om iets zinnigs te betekenen op de dag van de verhuizing. Mijn dochter, zussen en zwager nemen de daadwerkelijke verhuizing voor hun rekening. Omdat ik vind dat ik toch íéts moet doen, ga ik daags ervoor naar mijn moeder om nog wat spullen in te pakken. Zwetend, misselijk, met een bonkend hart en trillend op mijn benen sta ik wat spullen in dozen te doen. ‘Kind, je bent kapot en je hebt genoeg gedaan,’ zegt mijn moeder, ‘ga naar huis.’ Dat doe ik, nog net niet huilend van ellende.
Ik weet niet wat er mis is met me, maar ik schrik van hoe rot ik me voel. Eenmaal thuis doe ik iets wat ik in de tien jaar dat ik in Elst werk niet eerder heb gedaan: ik laat mijn werkgever weten dat ik de komende dagen niet naar kantoor kom. Mijn lijf zegt nu duidelijk: STOP! En er zit niets anders op dan daarnaar te luisteren.

Reacties
12 reacties op “Wat eraan voorafging”
Dat heeft dan nog lang geduurd allemaal en nu ben je dan total los. Toch had jij enorme energie voorraad voordat je instortte. Ik hoop voor je dat je thuis hulp hebt. Draai jouw knop op ‘Slowmotion’ op een snel herstel.
Wat mooi Christien dat je je zo kwetsbaar durft op te stellen. Ik wens je heel veel rust en inzichten.
Groetjes Tenny Staal
Dankjewel, Tenny
Dank voor je reactie, Peter. Er zijn veel lieve mensen om me heen die me helpen. En ook reacties als de jouwe helpen mij.
Ach ach, als het zo allemaal achter elkaar geschreven staat denk ik alleen maar: daar zou ieder mens toch van opgebrand raken.
Zelfs ene Christien die altijd maar doorgaat.
En nu: pas op de plaats en tijd voor jezelf. En mocht het lang duren, dan duurt het maar lang. Ik hou je in de gaten 😉
En ik jou, Margo xxx
Goh, Christien, wat veel narigheid tegelijkertijd en maar door bikkelen. Ik weet het zelf ook hoe moeilijk het is om te beseffen dat je niet meer kunt. Het is nu zover dat je niet verder kon, dus o.a. ziek melden en je daar waarschijnlijk schuldig onder voelen. Neem de tijd, Christien, het gaat niet snel. Doe dingen die je beter doen voelen. Misschien wel wandelen? Hielp mij goed. Ik wens je heel veel sterkte en nogmaals, neem de tijd. Liefs van mij.
Wat een fijne reactie, Geri. Accepteren dat het is zoals het is, is de 1e stap. Ik ben blij dat ik die gezet heb.
Als je accepteert en goed voelt ga je stapje bij stapje merken dat het heel langzaam weer beter met je zal gaan. Vanuit een absoluut dieptepunt kun je weer gaan bouwen, in rust en in verbondenheid met de mensen die je lief zijn. Veel sterkte Christien !
Zo voelt het ook, Caroline, met piepkleine stapjes voorwaarts. Dat het niet sneller gaat, moest ik ook leren accepteren.
Wel herkenbaar, maak het om me heen mee. Het bouwt zich op, elke keer iets meer, vaak ga je door omdat je niet anders weet, anders kan, tot op een gegeven moment de laatste druppel de emmer doet overlopen. Je lichaam zegt stop, het gaat niet meer. Sterkte, neem de tijd, kleine stapjes … 😉
Dankjewel. Ja, ik neem de tijd, hoe moeilijk ik dat ook vind.