Burn-outdagboek – XIX (14 september)
Het is zondagmiddag, tegen half twee. We zitten op een bankje in de Jardin du Luxembourg een broodje te eten. Daarna verkassen we naar het terras van Ladurée, tegenover het park, vanwaar we de start willen afwachten van de Grande Parade Historique, die om twee uur zou moeten vertrekken vanaf het Panthéon. Ik bestel binnen twee koffie en twee grote macarons. Weer buiten zeg ik gekscherend: ‘Geniet er lang en zo intens mogelijk van, want deze bestelling was peperduur.’ Heel langzaam verdwijnen de met siroop, een flinke dot slagroom, nootjes en een koekje aangeklede koffie en de beide macarons. Als we al dat lekkers op hebben, is het publiek wel toegestroomd, maar van een parade nog geen sprake. Wij kunnen niet langer wachten, want we worden om kwart voor drie bij de Notre Dame verwacht. Daarom verlaten we de mensenmenigte en zetten we koers naar de kathedraal.
Langzaam kronkelt een enorme rij mensen over het plein voor de Notre Dame. Ik mopper een beetje, had begrepen dat een tijdslot reserveren betekende dat je zo door kon lopen, de kerk in. We sluiten aan en schuifelen mee richting de ingang, alsof achter de grote kerkdeuren een achtbaan wacht. De drukte binnen doet de sacrale sfeer geen goed. We lopen een rondje, maar gaan al snel in een van de banken zitten. Om even voor vier klinkt uit de luidsprekers voor de zoveelste keer een ergerlijk en doordringend: ‘Ssshhhhhh … silence s’il vous plaît.’ Nog geen halve minuut later barst het kerkorgel los en is het gedaan met de ‘silence’. Het is niet geheel toevallig dat we hier nu zijn: ik wilde de kans om orgelaudities in de Notre Dame bij te wonen niet aan onze neuzen voorbij laten gaan. Het repertoire van de auditant kan ons helaas niet erg bekoren. Na een minuut of twintig zijn we de bombastische klanken moe en zoeken we de buitenlucht weer op. We wandelen naar Quartier Latin en strijken er neer op een terras. Later dineren we in hetzelfde straatje waar we vanochtend koffie gedronken hebben en daarna keren we terug naar ons fijne appartement in Saint-Germain-en-Laye.
Op maandagmorgen drinken we koffie aan de voet van Montmartre en nemen we daarna het kabeltreintje naar de Sacré-Cœur. Op het plein voor de basiliek staat een rij toeristen, maar die is veel minder lang dan die bij de Notre Dame gisteren was. Het is eigenlijk best fijn om even te moeten wachten. Zo hebben we tijd om onze broodjes op te eten, terwijl we het uitzicht bewonderen. Zodra we de basiliek betreden, merk ik meteen dat de sfeer hier passender, aangenamer is. Dat komt vooral doordat het minder druk is en het irritante ‘ssshhhhhh…‘ ontbreekt. Waar ik in de Notre Dame geen zin had een kaarsje aan te steken, doe ik dat nu wel. In alle rust, zonder elkaar verdringende toeristen om me heen. Weer buiten schijnt nog steeds de zon en slenteren we naar Place du Tertre, bekijken we daar de vele uitgestalde kunstwerken en eten we een crêpe op een terras. Een deel van de middag ligt nog ongepland voor ons, maar energie voor een lange stadswandeling heb ik niet. Gert zegt: ‘Wat denk je van een boottochtje?
Een uurtje later gaan we aan de oever van de Seine aan boord van de Batobus (een hop-on-hop-off-watertaxi). Parijs glijdt in een kalm tempo aan ons voorbij. Ik laat mijn blik over het water glijden en leun tegen mijn lief aan. Het geluksgevoel zit er nog steeds; niet opdringerig of allesoverheersend, maar zacht, warm, liefdevol.






We gaan bij de iconische stalen toren van boord, drinken wat bij Brasserie de la Tour Eiffel en dan zegt mijn lief dat hij een bijzonder restaurantje op het oog heeft. ‘Vanaf het terras heb je daar een prachtig uitzicht op de Eiffeltoren.’ De kans dat we er een tafeltje kunnen bemachtigen is niet groot, maar we wagen het er toch op. En we hebben wéér geluk: van de vier tafels op het terras is er nog één vrij. We kunnen onze ogen aanvankelijk maar met moeite losmaken van de Eiffeltoren. Een betere plek voor een laatste diner in Parijs hadden we ons niet kunnen wensen.
‘Ik heb zo ontzettend genoten,’ zeg ik als ik het laatste restje chocolademousse uit het enorme glas heb opgelepeld. ‘Het was een prachtig cadeau. Nogmaals bedankt daarvoor én voor jouw liefde, geduld, begrip en steun.’ Sinds vrijdag weet ik weer hoe het voelt om ‘la vie en rose’ te ervaren. En dat heb ik voor het grootste gedeelte aan mijn lief te danken. En een klein beetje aan Parijs.
