Op hol

Burn-outdagboek – III (9 mei 2026)

Gisteren zijn er een stuk of zes buisjes bloed afgenomen en de huisarts vertelt me nu dat daar niets bijzonders uitgekomen is. Ik heb ook geen ijzertekort, zoals ik zelf dacht. Ik barst in huilen uit. Enerzijds omdat ik opgelucht ben dat er niets raars in mijn bloed gevonden is, anderzijds omdat ik óp ben.

Ik vertel de huisarts over mijn zorgen, de stress, alle vervelende kwaaltjes. ‘Tegen mijn werkgever heb ik gezegd dat ik ‘overgekookt’ ben,’ voeg ik eraan toe. Ze knikt en adviseert me om een stap (of meer) terug te doen en echt goed tot rust te komen. Ze luistert niet alleen naar mijn verhaal, maar ook naar mijn longen en hart. Dan zegt ze: ‘Laat maar even een hartfilmpje maken, want ik hoor je hart overslaan.’ ‘O,’ zeg ik een beetje beduusd.

In de loop van de middag rijd ik naar Rijnstate, het ziekenhuis in Arnhem. Zodra ik in de hal sta, word ik overvallen door de hectiek die er heerst. Overal mensen, informatieborden, gangen en deuren. Er staan zuilen waarboven staat: ‘Maak hier uw QR-code.’ Enigszins in de war loop ik naar een gastvrouw. Ik vraag haar wat ik moet doen. ‘Bent u hier eerder geweest?’ wil ze weten en ik schud mijn hoofd. Tegelijkertijd bedenk ik dat ik hier niet voor de eerste keer ben, maar ik neem niet de moeite mezelf hardop te verbeteren. De vrouw wijst naar een balie: ‘U kunt zich daar melden, dan helpen zij u verder.’ Even later loop ik, mét QR-code op een A4’tje, naar de afdeling cardiologie.

Hoewel het maken van het hartfilmpje slechts enkele minuten in beslag genomen heeft, ben ik dik een uur in het ziekenhuis geweest. Weer buiten haal ik opgelucht adem en besluit ik mezelf te trakteren op een bezoekje aan Intratuin. Ik sta te twijfelend tussen felroze en lila petunia’s als mijn telefoon rinkelt. Ik neem op en hoor de huisarts zeggen: ‘Je hebt een hartritmestoornis, ook wel boezemfibrilleren genoemd. Ik heb bètablokkers en bloedverdunners voor je laten klaarleggen bij de apotheek.’ Ik weet even niks te zeggen. Ik heb al minstens tien jaar last van hartkloppingen, maar heb dat altijd aan mijn schildklierkwaal en de overgang geweten – hoewel ik die laatste al jaren geleden achter me gelaten heb. ‘O,’ zeg ik schor, ‘daar schrik ik wel van.’ Dat snapt ze, maar ze stelt me gerust: het is met medicatie goed onder controle te houden. En op mijn vraag of dit misschien ook met mijn stressklachten te maken heeft, antwoordt ze: ‘Dat kan zeker!’

Licht in mijn hoofd, met een bonkend hart en slappe benen loop ik met een kar vol felroze én lila petunia’s naar de kassa. Buiten ga ik op een bankje zitten. Ik moet mijn lief spreken. Ik vertel hem zo nuchter mogelijk wat de huisarts te zeggen had. Zoals altijd blijft hij rustig en optimistisch en dat kalmeert me. Ik kan zelfs alweer een grapje maken: ‘Die medicijnen krijgen veel bejaarden ook; nu heb je verkering met een echt oud wijf!’ Hij grinnikt en zegt: ‘Maak je niet ongerust, het komt goed. En wees blij dat het nagekeken is en dat het met medicatie goed onder controle te houden is.’ En daar heeft hij een punt.

Terwijl ik naar de apotheek rijd, breekt het zweet me weer uit. Geen ijzergebrek, denk ik, maar een hartkwaal, misschien veroorzaakt of verergerd door stress. En dan besef ik plotseling dat dat wat ik ‘overgekookt’ noemde, iets serieuzers is dan dat. Voor het eerst kruipt het begrip burn-out mijn brein binnen.

Reacties

4 reacties op “Op hol”

  1. Peter avatar

    Ohw gelukkig lees ik Gert. Ik mistte hem al in je schrijfogie. Hou je goed meisie.

  2. Christien Romp avatar

    Wat een lieve reactie! Dankjewel.

  3. Margo avatar
    Margo

    Zoals een oud collega jaren geleden zei ‘je moet wel een hart hebben, om het aan je hart te kunnen hebben’.
    Dus die zekerheid heb je in elk geval. En het zit nog op de goede plaats ook;)
    Take care en doe alleen wat je leuk vindt,

  4. Christien Romp avatar

    Fijne reactie, Margo, dankjewel.

Ook deze website gebruikt cookies.   Meer info