Burn-outdagboek – XI 27 juni
Op dinsdagmiddag krijsen meeuwen boven onze hoofden. Mijn krullen dansen in de wind, ik adem genietend zilte lucht in en laat die langzaam ontsnappen. Terwijl Texel steeds dichterbij komt, voel ik hoezeer de zin in deze korte vakantie per minuut toeneemt. Onder een strakblauwe hemel rijden we na een kwartiertje de veerboot af en de haven uit, richting De Cocksdorp. Het vakantiepark zou een doolhof moeten zijn, maar met behulp van Google Maps vinden we het door ons geboekte huisje feilloos. De zee roept, dus nadat we ons min of meer geïnstalleerd hebben, halen we de fietsen van de auto en trappen we naar het dichtstbijzijnde strand. Ik geniet van het fietstochtje; alle spanning is op de veerboot al van me afgegleden en de wetenschap dat de komende dagen niets moet, stelt me gerust en maakt me blij.
De volgende ochtend fietsen we zo rustig mogelijk over de dijk langs de Waddenzee, terwijl de zon probeert door factor 50 op mijn huid heen te branden. Beschutting is hier nergens te vinden, maar de (rij)wind zorgt voor wat verkoeling. We laten de lunchpauze op een schaduwrijk terras in Oosterend uren duren en daarna wandelen we nog even door het dorp. Verder fietsen we, richting Noordzeekust. En weer pauzeren we, nu bij een uitkijkpunt in natuurgebied De Slufter. Van een wandeling daar zien we af. Zo kabbelen we samen de snikhete dag door. En dat was precies wat ik nodig had: niets moet en alles wat we doen, doen we in alle rust.
Op donderdag brengen onze e-bikes ons naar de aanlegplaats van het schip De Vriendschap. Aan boord komt Gert tot de ontdekking dat zijn zonnebril nog in mijn fietstas zit en gaat die halen. Sterns doorkruisen het bewolkte blauw, een briesje koelt de lucht, de Waddenzee klotst zachtjes tegen het schip en mijn lief komt over de houten pier mijn kant weer op. Heel even klopt alles, ben ik dicht bij volmaakt gelukkig zijn. Voelde ik me een tijd geleden zo, dan zei ik tegen hem: ‘Ik heb weer zo’n geluksmomentje!’ Nu heb ik dat al maandenlang niet meer ervaren. Als Gert weer naast me is gaan zitten, pak ik zwijgend zijn hand. Ik deel niet wat ik voel, bang dat hardop uitgesproken woorden het moment verknoeien.
We zijn aan stuurboordzijde aan de reling gaan staan en hebben al een tijdje gevaren als Gert wijst: ‘Kijk, daar zie ik iets bewegen!’ Ook ik houd de verrekijker voor mijn ogen. Ja, ik zie ook iets in de verte. Een zeehond? Wij blijven ingespannen ‘verrekijkeren’, hopend op meer. Dan klinken achter ons opgewonden stemmen. Mijn lief draait zich om en begint te lachen. Vrijwel alle passagiers hebben zich aan de reling aan bakboordzijde verzameld en niet zonder reden: op en bij een zandbank, redelijk dichtbij krioelt het van de zeehonden. Giechelend gaan wij ook aan die reling staan. De verrekijkers hebben we niet meer nodig.
Onze laatste dag op Texel is aangebroken. En het is nog steeds bloedheet. ‘Ik heb geen zin meer in een fietstocht,’ biecht ik op. Mijn lief maakt er – zoals gebruikelijk – geen probleem van. ‘Dan toeren we gewoon een beetje rond met de auto,’ zegt hij. En dat is wat we doen. ’s Avonds pakken we alsnog de fietsen om naar een restaurant in De Cocksdorp te gaan. Na het diner steek ik mijn fietssleutel in het slot, als ik Gert opeens ‘kwijt’ ben. Ik kijk om me heen: hij is verderop op een krukje aan een groot schaakbord gaan zitten, zie ik. Glimlachend zet ik mijn fiets weer op slot. Een potje schaak is het best denkbare eind van deze heerlijke, rustige dagen op Texel. Ik ga tegenover mijn lief zitten en verzet het eerste van mijn witte schaakstukken.
Op zaterdagochtend krijsen meeuwen boven onze hoofden. Mijn krullen dansen in de wind, ik adem genietend zilte lucht in en laat die langzaam ontsnappen. Terwijl Den Helder steeds dichterbij komt, voel ik hoezeer dit bezoek aan Texel me goed gedaan heeft. Aan de rand van mijn burn-outbrein kriebelt opnieuw een geluksgevoel. Het is nog brozer dan dat van een paar dagen geleden. Maar het is er, onmiskenbaar! En dat is hoopgevend.






