vakantie op texel

Over allenigheid en gelukzaligheid

Voor het eerst in 35 jaar ga ik alleen op (mini)vakantie. Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik er een beetje tegenop zie. Ik zou eigenlijk gaan zeilen, maar de zeilschool waar ik voor het eerste weekend van september een arrangement geboekt had, heeft laten weten geen zeilinstructeur beschikbaar te hebben. Omdat ik er echt even uit wil, liefst naar zee, heb ik een tweetal overnachtingen in een wellness-hotel op Texel geboekt.  

En zo komt het dat ik op zaterdagmiddag in Den Helder op de veerboot sta te wachten. Om mij heen uitsluitend auto’s met daarin gezinnen of tweetallen. Of wacht, voor mij staat nog iemand die alleen reist. Een jonge vent. Op een tractor. Het lijkt mij stug dat hij ook een weekendje weg gaat met dat vervoermiddel.

Na een kwartier wachten mag ik aan boord. In drie talen is overal op aanplakbiljetten vermeld én wordt omgeroepen dat automobilisten in verband met corona in hun voertuig moeten blijven. ‘Als u om dringende redenen toch uw voertuig moet verlaten, verzoeken wij u een mondkapje te dragen.’ Men staat om mij heen nog maar net stil, of er gaan overal autoportieren open. Links en rechts stappen mensen en masse uit hun auto. De meesten zonder mondkapje.

Na twintig minuten begin ik me af te vragen wanneer we gaan vertrekken. Dan hoor ik de stem die eerder opriep in de auto te blijven. Het duurt even voor ik besef dat die aankondigt dat we er bijna zijn. Ik ben stomverbaasd, had toch iets van beweging verwacht, maar we zijn stilletjes naar de overkant gedreven, blijkbaar.

Nog weer een klein half uur later rijd ik De Koog binnen. ‘Scherpe bocht naar rechts,’ roept Google Maps tegen me, en ik wurm mijn Aygo heuvelopwaarts, tussen twee rijen auto’s door. Exact één parkeerplaats is er nog vrij op het toch niet erg kleine parkeerterrein. Ondanks de drukte op de parkeerplaats heerst er in de lobby van het hotel een wat kille stilte. Ik check in bij een jongeman die niet onvriendelijk is maar desondanks prima past bij de koele sfeer.

Het hotel ligt op slechts acht minuten lopen van het strand. Het bereiken van de vloedlijn neemt nog een paar minuten extra in beslag. Na drie seconden heeft zich al een duinlandschap in mijn schoenen gevormd. Ik schop ze dan ook snel uit. Blote voeten in het zand, wat heb ik daarnaar verlangd. Al snel zijn mijn broekspijpen van mijn enkels tot mijn knieën doorweekt, maar ik maal er niet om. Een eind verderop laat ik me in het zand zakken. Ik blijf zo een half uur naar de zee staren, aangenaam verrast over de staat van gelukzaligheid die me overvalt. Hier ben ik, alleen, en ik geniet.

Aan het eind van de middag slenter ik door de duinen terug naar het hotel. Voor mij lopen twee vrouwen te keuvelen. Een van hen roept plotseling uit: ‘Oh, kijk, een braam!’ Ze bukt zich, plukt het vruchtje en steekt het meteen in haar mond. Terwijl ik haar passeer zeg ik: ‘Die groeide wel op hondenplashoogte.’ Ze verschiet van kleur, spuugt de braam onmiddellijk uit en zegt: ‘Ach, meid, daar heb ik helemaal niet aan gedacht!’ Haar metgezel moet er vreselijk om lachen. Ik ook. En gelukkig ziet de bramensnoepster er zelf ook wel de lol van in.

Op zondagmorgen meld ik me bij de ontbijtzaal, waar ik, na mijn handen ontsmet te hebben, sta te wachten bij het bordje waarop staat dat ik dat moet doen. Een serveerster komt naar me toe, kijkt om me heen en vraagt dan: ‘Bent u alleen?’ Ik knik, maar voel een giftig zinnetje in mijn keel branden. Ik slik het weg en glimlach geforceerd. Het ontbijt maakt veel goed, maar ik voel me niet op mijn gemak in die enorm ruimte vol mensen die hier níét alleen zijn. Stel je niet aan, denk ik een beetje bozig, waarna ik een laatste slok koffie neem en opsta.

Bij Ecomare is het niet heel druk. Ik dwaal een tijd over de interessante tentoonstelling, steek een boel op over het leven op het wad en het ontstaan ervan. Het is prachtig weer, dus ga ik snel naar buiten, waar ik langs de bassins met volwassen en jonge zeehonden wandel en de tijd vergeet.

Een vriendin heeft me een bezoek aan Den Burg aangeraden, dus besluit ik daar te gaan lunchen. Vond ik het in De Koog al erg druk, dit dorp barst bijna uit zijn voegen. Er zijn genoeg terrassen, maar een groot deel daarvan is niet open en de rest is tot op de laatste stoel bezet. Ik rijd door naar de noordkust, waar ik bij een strandtent de allerlaatste vrije stoel weet te veroveren. Later die middag ga ik terug naar het hotel, waar ik me op het terras installeer met mijn e-reader. De dag besluit ik met een strandwandeling en een laat diner (want ook rond etenstijd zitten alle terrassen in De Koog bomvol).

Als ik op maandag bij het ‘wilt-u-hier-even-wachten-bordje’ bij de ontbijtzaal sta te wachten, voel ik hoe twee andere gasten zich bepaald niet aan de anderhalvemeter-regel houden. Het bejaarde stel hijgt nog net niet letterlijk in mijn nek. De toegesnelde serveerster vraagt: ‘U hoort bij elkaar?’ ‘Nee,’ blaf ik pinniger dan ik het bedoel, ‘ik ben ALLEEN.’ De oude mevrouw achter mij heeft blijkbaar honger, want ze komt naast me staan en zegt: ‘Wij willen graag een tafel voor twee.’ De serveerster voelt aan dat ze niet met mij moet spotten en helpt mij eerst aan een plek. Het oude stel passeert mijn tafel even later; geen idee waarom, maar zij werpt mij een vuile blik toe die ik slechts met een glimlach beantwoord.

Daar, in die enorme eetzaal vol geroezemoes, overvalt me opeens een gevoel dat ik niet zo goed kan omschrijven. Eenzaamheid is een te groot woord. ‘Allenigheid’ noem ik het dan maar, met een randje melancholie. Ik heb heimwee naar het samen reizen van heel lang en nog niet zo lang geleden. Maar voordat ik medelijden met mezelf kan gaan krijgen, neem ik nog een hap van mijn broodje, drink ik mijn koffie op en verlaat ik de eetzaal.

Bij de vuurtoren kijken ik uit over het immense strand. ‘Drijfzand’, waarschuwt een bord, dus waag ik me niet richting vloedlijn. Er is geen mens te bekennen en ik moet er niet aan denken dat ik hier straks tot aan mijn heupen in het zand verdwijn. Ik heb onlangs wel een filmpje gezien waarin werd gedemonstreerd hoe je jezelf uit drijfzand kunt bevrijden, maar wat ik me ervan herinner is dat dat moeite kost. Beangstigend veel moeite.

Ik rijd via een mooie route naar Kaap Noord en daarna naar De Cocksdorp, dat nog lijkt te slapen. Daar geniet ik op een terras van een uitstekende espresso en merk ik dat mijn gevoel van allenigheid van vanmorgen verdwenen is. Misschien heeft het wel met de rust in dit dorp te maken, voel ik me daardoor niet alleen.

In de auto onderweg naar het laatste dorp dat ik nog even wil aandoen voordat ik weer naar de overkant dobber, kauw ik nog een poosje op die gedachte. Ik kom tot de conclusie dat ik alleen zijn helemaal niet erg vind, behalve wanneer het om me heen druk is. Constant geconfronteerd worden met stellen en gezinnen die het samen leuk hebben vind ik lastig, blijkbaar.

Aan het begin van de middag parkeer ik mijn auto in Oudeschild en wandel ik naar de haven. Ik ga er op een bankje zitten en kijk uit over de Waddenzee. Iets van het gelukzalige gevoel van zaterdag valt weer over me heen. Ik glimlach, denk: je hebt het toch maar mooi gedaan. Ik besef dat het voor velen heel normaal is om alleen te reizen en toch ben ik trots op mezelf. Voor het eerst in 35 jaar ben ik alleen op (mini)vakantie geweest. En ik heb er ondanks de moeilijke momenten echt van genoten.

11 gedachten over “Over allenigheid en gelukzaligheid”

  1. Wat heb je me heerlijk meegenomen op Texel. Ken de plekjes en herken het woord gelukzaligheid alleen heb ik het zo nooit benoemd, wel zo daar ervaren.
    Al lenigheid.. dit maakte m’n autocorrect ervan, ik laat het zo staan. Het zegt genoeg 🙂 .
    Wens je nog meer mooie ontmoetingen en plekken en ‘reis graag een vlg X weer mee.

  2. Dat heb je goed gedaan Christien. Heb maling aan de wereld en trek je eigen plan. Zo te zien beviel je dat goed. En ook nog een leuk dagboek bijgehouden van je Aygo mini weekendje.

  3. Goed dat je het gedaan hebt en je kunt trots op jezelf zijn. Want je hebt vast allerlei angsten moeten overwinnen. In ieder geval zou ik die angsten hebben in een dergelijke situatie. Ik geloof niet dat ik het zou durven. Alleen reizen met de trein geen probleem, alleen reizen met een vliegtuig is al veel minder leuk, maar heb ik wel gedaan. Maar dan was het om thuis te komen en niet om vakantie te houden. Rare mensen in de eetzaal en op de boot, voordeel van samen zijn is dat je er dan samen over kunt praten. In je eentje moet je het zelf maar een beetje verwerken. Logisch voel je dan allenig. Denk je dat je het nu vaker gaat doen?

  4. Dank voor je reactie, Geri. Ik weet niet of ik het nog vaker ga doen. Een volgende keer zou ik denk ik eerder voor een B&B kiezen dan voor zo’n groot en onpersoonlijk hotel. Maar volgend jaar wil ik eens een groepsreis proberen. Dan heb ik in elk geval aanspraak 😉

  5. Alleen reizen betekent dat je volledig kunt doen wat jij wilt en het ontmoeten van anderen gebeurd veel makkelijker. Goed gedaan! En alvast fijne volgende vakantie 😁

  6. Dank voor je reactie, Henry. Ik heb ingesteld dat ik recties van onbekende e-mailadressen eerst moet goedkeuren. Je hebt denk ik niet eerder gereageerd via dit e-mailadres. Natuurlijk heb ik jouw reactie toegelaten. Een volgende keer kun je probleemloos reageren 😁

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.