Er is iemand die me al ruim 45 jaar prachtige dingen bezorgt. Een poster van hem hing boven mijn bed. Toen maakte hij nog deel uit van The Police. Later, toen ik op kamers in Leiden woonde, draaide ik The Dream of the Blue Turtles, zijn eerste soloalbum, grijs, samen met huisgenote Petra. Zijn onmiskenbare stemgeluid herken(de) ik uit duizenden en alles wat hij uitbracht vond ik geweldig. In 2010 zag en hoorde ik hem voor het eerst live, tijdens zijn Symphonica in Rosso-concert. Toen ik in het voorjaar van 2025 hoorde dat hij niet alleen de door hem geschreven musical The Last Ship naar Carré zou brengen, maar zelf ook een rol op zich zou nemen, verzuchtte ik dat ik daar graag naartoe zou gaan. Mijn lief begreep de hint onmiddellijk en deed me voor mijn verjaardag twee toegangskaarten cadeau.
Bijna zeven maanden na mijn verjaardag is het zover. We beklimmen de trappen in theater Carré. De rij waar wij moeten zitten, is bijna helemaal bovenin. We schuifelen door het smalle gangpad naar onze stoelen. Voorzichtig klap ik de zitting naar beneden, nog voorzichtiger ga ik zitten. De theaterzaal is prachtig, maar mijn hoogtevrees speelt op als ik langs de rijen naar beneden kijk, dus houd ik mijn blik strak gericht op de enorme kroonluchter die pontificaal in ons blikveld hangt en ons het zicht op het podium ontneemt. Mijn lief maakt zich een beetje zorgen: dat ding blijft toch niet zo hangen, straks? Maar dan wordt het zaallicht gedoofd en gaan de kroonluchters traag en geluidloos omhoog. Gert slaakt grinnikend een zucht van verlichting.
Het verhaal gaat over de scheepswerf in het dorp waar Sting opgroeide. De boeg van een enorm schip is op de achterwand van het podium geprojecteerd. Dan barst het spektakel los. Sting zingt, de zaal juicht en langzaam komt Wallsend voor onze ogen tot leven. Veel van de liedjes heb ik al eens gehoord, sommige kan ik van begin tot eind meezingen. Denkend aan hoe vals ik dat tijdens Symphonica in Rosso deed, doe ik dat nu uitsluitend in mijn hoofd. En dan zet Sting ‘The Last Ship’ in en voel ik de tranen achter mijn ogen prikken. Het doek valt en even denk ik: wat een abrupt einde, maar dan zegt Gert: ‘Het is pauze.’ Ik voel weinig voor onnodig geschuifel door het smalle, hooggelegen gangpad, dus blijven we zitten.
Na een kleine twintig minuten komen de mensen die wél hun plaatsen hadden verlaten terug. Dat betekent voor ons voorzichtig opstaan, iemand laten passeren, naar de zitting van het klapstoeltje reiken, niet te ver vooroverbuigen en weer behoedzaam gaan zitten. Gelukkig hoeven we dat ritueel maar een paar keer te herhalen, voordat de zaallichten weer uitgaan en de voorstelling verdergaat. Voor de zoveelste keer racet kippenvel over mijn armen en rug. En hoewel mijn knieën protesteren tegen het einde van de bijna drie uur durende zit, zou ik nog wel uren kunnen blijven luisteren en genieten. Opnieuw zet Sting ‘The Last Ship’ in en waar ik mezelf voor de pauze nog redelijk in bedwang kon houden, lukt me dat nu niet meer. De hele musical heeft diepe indruk op me gemaakt. En dit laatste lied vermengt tal van herinneringen met een ontroering die me verrast en mijn ogen doet overlopen. Natuurlijk staat heel Carré op voor een daverend applaus. Ik wrijf mijn wangen niet droog, heb mijn handen nodig om te klappen. En terwijl Sting een kushandje naar het publiek werpt en als laatste het toneel verlaat, bedank ik hem in gedachten voor alle prachtige muziek die hij mij sinds mijn tienertijd heeft gebracht.
Mooi dat jullie een mooie avond hadden. Maar Sting …. ik heb er nooit wat aan gevonden.
Zo zie je maar dat smaken verschillen 😊
Weer een mooie recensie
Dank je, Hans.