Voor zijn verjaardag heb ik mijn lief twee kaarten voor ‘Willem van Oranje, de musical’ gegeven en een hotelovernachting in een sfeervol Delfts hotel. We verheugen ons enorm op ons uitje, maar enkele dagen voor vertrek ontvang ik een mail: de avondvoorstelling die wij zouden bezoeken is geannuleerd. Ik kan zonder extra kosten dezelfde plaatsen reserveren op een andere datum. Dan gaan we op Valentijnsdag, besluiten we. Ik probeer de hotelreservering naar diezelfde 14e februari te verschuiven. Dat kan. Maar de toch al niet goedkope kamer kost opeens 140 euro meer. Dat is me echt te gortig, dus annuleer ik die reservering en boek ik een overnachting in een hotel dat er wat minder sfeervol, maar nog steeds prima uitziet.
Op Valentijnsdag dompelen we ons in het Prinsentheater onder in het verhaal over Willem van Oranje. We hebben perfecte plaatsen in het midden van de tribune. Die draait na elke scène een stukje, waarna we een blik krijgen op een ander decor. We worden getrakteerd op sterk spel, prachtige muziek, sfeervolle beelden en historische feiten die we nog niet kenden. We genieten, drieënhalf uur lang.
Na afloop dineren we op de Markt. Aansluitend gaan we naar ons ‘tweede-keus-hotel’. Zodra we de voordeur van kamer 30 geopend hebben, zien we niets. Bij het licht van de zaklamp op zijn telefoon gaat Gert op zoek naar een lichtschakelaar. Even later baadt de kamer in het schijnsel van een aan het foeilelijke cassetteplafond opgehangen kroonluchter. De kamer staart me nu in al zijn vergane glorie aan. Ik zie een sleetse parketvloer met een eveneens versleten en smoezelig vloerkleed, muren met gedateerd behang en een lelijke lambrisering, twee fauteuils die hun beste tijd gehad hebben en een stokoude potkachel. Ernaast een miniutuurharnas dat wezenloos naar de achterkant van het bed staat te staren.
Het is binnen net zo koud als buiten. Gert zegt verbaasd: ‘De radiatoren zijn uit.’ Hij draait ze snel naar de hoogste stand, zonder te beseffen dat dat geen verschil zal gaan maken. Maar de temperatuur in de kamer is bijna aangenaam in vergelijking met die in de wc. Daar zit in de buitenmuur een vreemdsoortig rooster, waardoor de kou ongehinderd naar binnen kan stromen. De kleine badkamer oogt modern en detoneert volkomen bij de rest van deze suite. De wastafel bevindt zich precies naast de douche. Geen cabine, muurtje of gordijn om iets van het douchewater tegen te houden zodat bij elke douchebeurt de vloer tot onder de wastafel nat wordt.
Rillend kruipen we tegen elven ieder onder ons eigen smalle dekbedje. Gert vertrekt al snel naar dromenland, maar ik kan de slaap niet vatten. Ik heb het nog steeds koud. Bovendien blijkt het in deze kamer zonder comfort ook erg gehorig. Boven onze hoofden ligt iemand zo hard te snurken, dat het lijkt alsof hij in onze kamer logeert. Waarom heb ik mijn oordoppen niet meegenomen?
Zodra we weer onderweg naar huis zijn, zeg ik: ‘Sorry dat ik je een nacht in zo’n afgrijselijk onderkomen cadeau gedaan heb.’ Gert haalt zijn schouders op en antwoordt: ‘Daar hoef je je niet voor te verontschuldigen. Ik heb genoten dit weekend!’ Ik knik instemmend. De musical was de moeite meer dan waard, het diner was uitstekend en de stadswandeling vandaag heerlijk. Geen vergane glorie die ons dat kan afnemen.
Wat een avontuur!
Haha, zeg dat!
wie verre reizen maakt…..
Weer een leuk meemaaksel Christien. Leest zo lekker weg.
Dank je, Peter.
😀