Burn-outdagboek – V (19 mei)
Aarzelend en met een vraagteken erachter rolde vorige week het begrip ‘burn-out’ over mijn lippen. De huisarts antwoordde: ‘Dat je een burn-out hebt, is me duidelijk. Dat je daar ondersteuning bij nodig hebt ook. Het lijkt me goed dat je met onze praktijkondersteuner-ggz gaat praten. Maak zo meteen maar een afspraak bij de assistente.’
‘Ik baal zo verschrikkelijk van mezelf,’ zeg ik halverwege de week tegen mijn lief. Hij antwoordt dat hij dat wel begrijpt, maar dat ik er toch ook niks aan kan doen dat ik me zo rot voel. ‘Geef het de tijd,’ spoort hij me aan. En die tijd … die kruipt voorbij. Anderzijds voelt het net alsof ik al maanden thuis zit. Ik verveel me drie slagen in de rondte, buiten de paar uur per dag die ik aan kantoorwerk besteed. Als mijn lief wil weten waarom ik die dossiers niet kan laten voor wat ze zijn, antwoord ik: ‘Maar ik vind het werk nog steeds leuk en het geeft me wat te doen.’ Dat ik me maar nét kan concentreren en dat het zweet me dikwijls uitbreekt als ik aan de keukentafel zit te werken, zeg ik er niet bij.
Dinsdag, 12.15 uur. Ik zit in de wachtkamer tot de praktijkondersteuner me komt halen. Ik heb het bloedheet, voel hoe zweetdruppels de krullen in mijn nek klam en zwaar maken. Ik haal een tissue tevoorschijn, dep wat en concludeer dat ik aan een zakdoekje niet genoeg heb. En dan komt de praktijkondersteuner me halen. ‘Wil je liever met de lift naar de eerste verdieping?’ vraagt ze, nadat ze een bezorgde blik op mijn bezwete gezicht heeft geworpen. ‘Nee hoor,’ zeg ik zo luchtig mogelijk, ‘de trap is prima.’ Daar heb ik na vier treden al spijt van. Tergend langzaam klimmen we samen verder.
In haar spreekkamer probeer ik zo samenhangend en kort mogelijk samen te vatten hoe ik denk dat ik deze staat van ellendigheid bereikt heb. Ze knikt af en toe, stelt soms een vraag – die ik vervolgens veel te uitgebreid beantwoord. Plotseling halen mijn emoties me in. Snikkend vertel ik haar hoe erg ik van mezelf baal, dat ik in paniek raak als mijn lief op zondagavond afscheid neemt, dat ik niet weet wat ik met mezelf aan moet. Ze pakt een handdoekje – een stug en ruw velletje papier – waarmee ik mijn tranen wegveeg en zegt dan: ‘Jouw brein en zenuwstelsel zijn overbelast. Je moet gaan uitvinden wat jou energie geeft, waar je blij van wordt. Bovendien moet je leren verdragen wat er op je pad gekomen is.’
Die laatste zin blijft door mijn hoofd dansen, terwijl ik op de fiets naar huis zit. Ik heb zoveel gedragen en nog te dragen. Het is tijd om te leren verdragen dat ik me nu voel zoals ik me voel, dat ik soms heftiger op gebeurtenissen reageer dan voorheen, dat niet iedereen begrip voor me heeft en dat er nu eenmaal dingen zijn die je niet kunt veranderen. Zou ‘accepteren’ het toverwoord kunnen zijn?

Reacties
12 reacties op “Het toverwoord”
Dat je moet leren verdragen wat er op je pad komt is mooi gezegd, maar verrekte moeilijk om te doen.
En het is ook niet het begin van het proces…
Sterkte Christien.
Dat is zeker een toverwoord. Laat de wereld de wereld Christien en doe alleen het nodige, en vooral het leuke.
Klinkt zo simpel, het doen is lastiger.
Maar….je kunt het. Uiteindelijk!
Geduld en lief zijn voor jezelf😘
Uitvinden wat je energie geeft is al
Een klus op zich. Ik zeg:” Richt je alleen daar op.” Blijk je iets gevonden te hebben kun je weer ietsje vooruit.
Geduld – geduld – geduld.
Dat klopt, Bert. Het gaat ook echt nog wel even duren voor ik dat onder de knie heb 😉
Dat probeer ik ook, Peter.
Eenvoudig is het inderdaad niet, Margo.
Energie krijg ik onder meer van schrijven. Daar had ik helemaal in het begin geen zin in, maar nu wel. En het helpt, net zoals alle lieve reacties erop.
O pff, ik lees hier nu pas over! Wat naar dat het zo slecht met je gaat. Weet dat je me altijd een berichtje mag sturen ❤️
Dankjewel voor je reactie, Audrey. En voor het aanbod 😊
Wat een openhartig verhaal. Wees niet te streng voor jezelf. Accepteren wat er is, lijkt makkelijker gezegd dan gedaan, maar misschien is dat inderdaad een belangrijke stap. Sterkte.
Dankjewel 😊