Burn-outdagboek – IV (11 mei 2026)
Ik heb nergens zin in. Niet in opstaan, niet in gaan slapen. Niet in lezen, wandelen, schrijven of fietsen. Ik heb geen zin in praten of luisteren, geen zin in mensen om me heen, geen zin in niemand om me heen. Na het opstaan worstel ik me de dag door, misselijk, zwetend, vermoeid en amechtig. Zelfs de eetlust is me vergaan en dat gebeurt me hoogst zelden. En alleen thuis zijn is sinds mijn ziekmelding een ‘dingetje’. Nu opeens voel ik me verschrikkelijk verloren als mijn lief niet bij mij is.
Ik heb met mijn werkgever afgesproken dat ik elke week een paar dossiers kom halen die ik dan thuis zal voorbereiden. Een van mijn collega’s zal ze daarna afronden en de communicatie met cliënten voor haar rekening nemen. Ik heb in de afgelopen dagen voor de vorm de kantoorlaptop een paar keer opengeklapt, maar kon er niet toe komen om in te loggen. Het schuldgevoel jegens mijn collega’s duwt me bijna omver, hoewel zij blijven herhalen dat ik rust moet nemen en me zéker niet schuldig moet voelen. Ik heb geen zin om te werken – hoe laagdrempelig en kort ook.
Met mijn dochter ben ik dit weekend in Leiden geweest – een kerstcadeau voor mij van haar verloofde. Ik had er tegenop gezien. De medicatie voor mijn hart slaat nog niet heel erg aan (dat kan wel drie weken duren): ik ben nog vaak kortademig en licht in mijn hoofd. Mijn dochter paste zich zonder problemen aan mijn tempo en energie aan, deed niet moeilijk over dat dat betekende dat we in slakkengang door de stad wandelden, al vroeg uit eten gingen en rond 20.00 uur terug in het hotel waren. Ik duwde mijn ellendigheid opzij, vastbesloten te genieten van deze paar dagen met mijn kind. En genieten deed ik. Van haar gezelschap en het feit dat ik ook van haar niks hoefde.
De (weinige) positieve effecten van het uitje blijken van korte duur. Deze maandagochtend word ik zwetend en misselijk wakker. Ik heb nergens zin in. Opstaan is al een opgave op zich. Ik voel me alleen en angstig, vraag me af hoe ik deze dag om moet krijgen en hoelang ik me nog zo ellendig zal blijven voelen.
Langzaam begint het besef door te dringen dat dit weleens langer zou kunnen duren dan ik wil, verwacht en hoop. Maar ik heb geen zin om over mijn herstel na te denken. Ik heb gewoon helemaal nergens zin in.

Reacties
14 reacties op “Nergens zin in”
Heftig Christien.
Ooit komt het weer goed, maar daar heb je nu geen zak aan.
Toch, sterkte.
Bert
Dankjewel, Bert. En elke opbeurende reactie helpt me vooruit, dus ook de jouwe!
Je denkt: “Het komt nooit meer goed” omdat je de uitweg niet ziet. Die is er wel, maar nu nog niet. Je lichaam doet het niet meer.
Geen zin hebben betekent dus niets doen. Het gaat echt over, echt!
Liefs, Caroline
Wat leuk dat je weer even terug was in Leiden Christien!
Sterkte!
Lieve groet, Wim
Ja, dat was fijn. Dankjewel.
Als je nu begint met dat schuldgevoel opzij te zetten dan heb je de eerste stap naar herstel al gezet. 😉
Bedankt voor je reactie, Caroline. Niksen is niks voor mij en voelde helemaal niet goed. Inmiddels ben ik een paar stapjes verder en heb ik geaccepteerd dat nergens zin in hebben ook oké is. Dat helpt.
Klopt, Peter. Met de acceptatie dat het niet anders is heb ik al best een stap gezet.
Kleine stapjes vooruit is ook vooruit hoor! En soms moet je even achteruit om weer vooruit te kunnen. Lekker niksen is ook een kunst.
Liefs
En die kunst ga ik steeds beter verstaan 😉
Wat een kwetsbaar en eerlijk verhaal. Zorg goed voor jezelf, stap voor stap, en wees niet te streng voor jezelf. 🌷
Dank voor je reactie. Voorlopig is het een stapje tegelijk en dat is oké.
Schuldig voelen naar je collega’s. Ik begrijp het heel goed. Maar…….vinden ze het niet eerder rot voor je? En nergens zin in hebben. Dan is het maar zo. Je kruipt uit het dal, Christien, dat weet ik zeker. Alleen langzaam. Zo gaat dat nu eenmaal. Met iedereen. Dus……..probeer jezelf niet te beschuldigen.
Dank voor je reactie, Geri. Mijn collega’s vinden het inderdaad rot voor me. Ik probeer zacht voor mezelf te zijn; dat lukt het ene moment beter dan het andere.