En route, een reisverslag in columns – deel I

Doekjes voor het bloeden

Sinds gisteren logeren we in een kasteel aan de rand van Cambrai. Nou ja, kasteel … we hebben een kamer in de aanpalende oranjerie, daar waar de eigenaren van de dikke Mercedes, de kanariegele Porsche en de net zo gele Ferrari (wie koopt er nu een géle Ferrari?) níét verblijven.

Gisteren zijn we meteen na aankomst in Cambrai de stad ingegaan; de meeste winkels waren al gesloten, maar gelukkig konden we nog wel wat drinken op een terras en wisten we ook nog een maaltijd te bemachtigen. Vanmorgen zijn we opnieuw naar de stad gegaan, maar tegen de middag hadden we alles wat er te bezichtigen viel wel bekeken en zijn we naar Vaucelles gereden, om de abdij te bezoeken.

Het regent. Een beetje. Op de enorme parkeerplaats staat een eenzame camper. We kijken elkaar aan: zou het gebouw wel open zijn? De toegangspoort is dicht; het bord ernaast vermeldt dat de abdij van 10.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 16.00 uur bezocht kan worden. We weten dan nog niet dat die krappe openingstijden door heel veel winkels en musea gehanteerd worden in Noord-Frankrijk. Het is net half een geweest: vanwege de miezer hebben we weinig zin in een wandelingetje in de buurt. Omdat we moeten tanken, rijden we naar de dichtstbijzijnde grote plaats. Daar vinden we naast een benzinestation een gigantische supermarkt, waar we meteen maar wat boodschappen inslaan.

De abdij blijkt een bezoek meer dan waard, ontdekken we als we ruim anderhalf uur later wél naar binnen mogen. Het is inmiddels gestopt met regenen zodat we droog (weliswaar met natte voeten vanwege onze allesbehalve waterdichte schoenen) een rondje door de bijbehorende tuinen kunnen maken. In de rozentuin lijkt het alsof de regen elke bloem versierd heeft met minuscule glaskralen.

In de loop van de avond komen we terug bij ‘onze’ oranjerie en zien dat het er een drukte van belang is. Mensen lopen de serre in, die toegang biedt tot het gebouw, met dozen vol decoratiemateriaal. Anderen hangen papieren slingers en bloemen op. Op een groot krijtbord bij de ingang staat ‘Mr. & Mrs.’ Er gaat hier morgen getrouwd worden, nemen wij aan. Aan de klink van de voordeur hangt een groot rieten hart.

Het is benauwd in onze kamer, dus doe ik het raam open. Na een half uur roept mijn dochter: ‘Oh, mam, kijk nou!’ Een leger muggen heeft zich een weg naar binnen gebaand en zoemt vrolijk rond de schemerlamp in de hoek. Ik doe snel het raam weer dicht, maar heb het nog steeds warm. ‘Ik ga even een luchtje scheppen,’ deel ik mee. Charlotte blijft liever binnen, dus daal ik alleen de trappen af. Beneden doe ik op de tast de voordeur open. En struikel ik over het opstapje, waarna ik op mijn zij landt op het beton. Beschaamd krabbel ik overeind en denk nog: daar ben ik mooi zonder kleerscheuren vanaf gekomen.

Het rieten hart heb ik in mijn val meegenomen. Ik pak het op en hang het terug aan de klink. Het hing toch aan een wit lint? Ik kan het niet goed zien (het is halfdonker en mijn leesbril ligt nog boven) maar het lijkt net alsof het deels rood is. Ik kijk naar mijn rechterhand en zie tot mijn ontsteltenis dat het bloed uit mijn wijsvinger gutst. Heb ik die opengehaald aan dat hart? Een luchtje scheppen hoef ik plotseling niet meer.

‘Wat heb je gedaan, mam?’ brengt mijn dochter uit, zodra ze me binnen ziet komen. Ik lach een beetje ongemakkelijk, leg uit dat ik (weer eens) gestruikeld ben en dat ik alleen een beetje bloed. In de badkamer houd ik mijn hand onder de kraan, terwijl zij op zoek gaat naar verbandmateriaal. Vroeger nam ik op reis altijd een EHBO-doos mee, tegenwoordig beperk ik me tot een schaar en wat pleisters. Charlotte kijkt om zich heen, wijst op de tissuehouder tegen de muur en zegt: ‘Als we dat nu eens als verband gebruiken.’ Vier tissues en een flinke pleister eromheen later zit ik een beetje bibberig in bed, mijn hand omhoog.  ‘Ik hoop dat het bed morgenochtend niet onder het bloed zit,’ zeg ik.

Gelukkig word ik, dankzij de tissues, wakker tussen smetteloos wit. Vandaag reizen we verder. Hoewel mijn vinger niet meer bloedt, stop ik voor we weggaan toch nog maar een voorraadje doekjes voor het bloeden in mijn tas.

2 gedachten over “En route, een reisverslag in columns – deel I”

  1. Die gele Ferrari, zal je net zien dat de rode op waren.
    Leuk om even mee te lezen met jullie escapades.
    Kom je wel heel terug? 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.