Burn-outdagboek – XIII 10 juli
Het ‘gewone’ leven is weer begonnen. De vakantie is voorbij, ik ben weer alleen en voel me al een paar dagen stuurloos, futloos, moedeloos. Het lijkt alsof de Eifel al mijn energie heeft opgebruikt. Ik ben moe en verdrietig. Huilen kan ik om niks en om alles. Dat ik me zo veel slechter voel dan een paar weken geleden heeft daar waarschijnlijk veel mee te maken.
Vanavond is de laatste zangles voor de zomervakantie. Veel zin in zingen heb ik nog niet, maar ik heb de behoefte om Kees, mijn zangdocente, en de andere twee zangeressen te zien – we kwamen in maart voor het laatst bij elkaar. Ik rijd naar Elst, de liedjes die ik had moeten instuderen op de autoradio. Mijn stem kraakt, hapert bij de wat hogere tonen en dan besluit ik mijn pogingen te staken. Waarschijnlijk hebben we vooral veel te bespreken, straks. Ik bedwing mijn tranen: ik ga hier toch niet zielig zitten doen omdat mijn stem het niet doet?
Om even na tienen stap ik weer in de auto. Het was fijn om hen weer te zien, maar we hebben inderdaad vooral gepraat. Ja, we hebben ook nog een paar liedjes gezongen en dat ging beter dan verwacht, maar nu ben ik totaal leeg. Ik rijd op de automatische piloot naar huis, drink nog wat en videobel met mijn lief. ‘Hoe was het?’ vraagt hij en ik antwoord mat: ‘Fijn om hen weer te zien.’ Pas als we de verbinding hebben verbroken, komen de tranen. Ik baal ervan dat ik vanavond geen energie heb gekregen van het zingen.
Op donderdag zit ik bij de haptonoom. Zodra ik begin te praten, lijkt het opnieuw alsof al het in jaren opgebouwde verdriet, de pijn, alle frustraties en boosheid via mijn ogen mijn lijf verlaten. Ik besef pas sinds kort hoelang ik mijn emoties heb opgekropt. De laatste jaren heb ik nog nauwelijks een traan gelaten. Hoe overbelast moet ik zijn geweest dat ik niet eens meer ruimte had om mijn emoties te tonen? Het was alsof er een cijferslot op zat, waarvan ik me de correcte cijfercombinatie niet kon herinneren. Nu lijk ik de juiste code weer ontdekt te hebben. En dat is fijn. Ik vind mezelf er niet uitzien tijdens een huilbui – wie huilt er wel ‘mooi’? – maar wat ben ik blij dat ik weer kan huilen. Ik las eens: ‘Tranen spoelen niet alleen je ogen maar ook je ziel schoon.’ Dat vind ik niet alleen een mooie, maar ook een hoopgevende gedachte.
