Wat mij betreft

Stipt op tijd ben ik, maar ik zie nergens een man die lijkt op degene met wie ik een afspraak heb. ‘Ik heb geen zin om uitgebreid te mailen,’ schreef hij, ‘en wil meteen een afspraak maken.’ Omdat ik geen zin had in moeilijk doen, heb ik ingestemd met dat voorstel. Maar nu sta ik hier. Een blauwtje te lopen (of liever: te staan). Er is al een kwartier voorbij! Nog vijf minuten, denk ik, en dan ga ik naar huis. Aarzelend draai ik me alvast half om, in de richting van mijn auto, maar dan staat hij opeens voor mijn neus. ‘Sorry dat ik zo laat ben,’ verontschuldigt hij zich, ‘zullen we eerst een stukje gaan lopen? Vindt Trix ook leuk.’ Dan pas valt me het wollige, witte hondje aan mijn voeten op. En de opmerkelijke schoenkeuze van haar baasje. Ik haal mijn wenkbrauwen op. Wie neemt onaangekondigd zijn hond mee (en draagt foeilelijke Crocs) op een eerste date?

Het is ronduit modderig in het bos. Vindt Trix leuk; ik niet zo. Na een wandeling van een uurtje strijken we neer op een terras aan de rand van het bos. Ik zit nog maar net of Trix springt bij me op schoot. Ik schrik ervan. Mijn witte broek ook. Die is in een oogwenk bezaaid met modderpootafdrukken. Het hondje gaat heel even zitten, kijkt goedkeurend naar wat het heeft aangericht en springt dan weer van mijn nu wit met bruine broek. ‘Ze wilde je even keuren,’ zegt Hans en ik glimlach flauwtjes. Ik vraag maar niet of hij denkt dat ik goedgekeurd ben, want dat vind ik niet zo interessant. Het gesprek valt te vaak stil, we zijn het te vaak met elkaar oneens en ik probeer te bedenken hoe ik een eind aan dit afspraakje kan breien. Nadat Hans voor de tweede keer naar het toilet is geweest, wil ik voorstellen te gaan afrekenen, maar hij bestelt nog wat te drinken. ‘U ook nog?’ vraagt de ober en ik knik dan maar. En weer wil het gesprek niet erg vlotten. Trix heeft negenennegentig rondjes over het terras gerend en eindigt het honderdste weer op mijn schoot. Ik wil naar huis, maar Hans heeft zijn glas Rivella nog niet leeg. Zodra hij de laatste slok genomen heeft en nog een keer naar de wc is geweest, sta ik op. ‘Zullen we afrekenen?’ voeg ik eraan toe.

Onderweg naar het parkeerterrein dartelt Trix vrolijk om ons heen. Hans opent een portier van zijn auto en het hondje springt naar binnen. Pas zodra ze doorheeft dat er voorlopig niet weggereden gaat worden, begint ze furieus aan een van de zijruiten te krabben. Haar baasje lijkt het afscheidsmoment zo lang mogelijk voor zich uit te willen schuiven, begint over de staat van mijn auto en over een persoonlijk drama van lang geleden. Mijn gedachten zijn al lang thuis, bij een schone broek, een boodschappenlijstje en ik moet mezelf dwingen met enige regelmaat te knikken of ‘uhuh’ te zeggen. Dan zeg ik dat ik echt moet gaan en kijkt hij me nogal ontredderd aan. ‘Als je wilt kunnen we wat mij betreft nog wel eens afspreken,’ zegt hij hoopvol. Vanachter het autoraam begint Trix opeens te blaffen, alsof ze wil zeggen: ‘Wat mij betreft ook!’ Ik heb niet het hart om te antwoorden dat we het wat mij betreft vooral bij deze ene keer moeten laten.

9 gedachten over “Wat mij betreft”

  1. Petje af, dat je het zo lang volgehouden hebt. Ik ben in de regel ook erg geduldig, maar denk toch dat ik eerder afgehaakt zou zijn! 😉 Wel graag gelezen!

  2. hahahaha, erg grappig. Gelukkig ben ik niet de enige met rare dates ;). Is een boek over te schrijven ?.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.