Schotse dingetjes, een reisverslag in columns – deel VII

Ademloos in Spey Bay

‘Kijk nou,’ fluistert ze als Bill de eetkamer verlaten heeft, ‘naast een appel en een mandarijn heb ik nu ook zes druiven!’ ‘Het wordt met de dag luxer,’ gniffel ik. Twee minuten later is Bill terug met koffie en een ei voor mij. Ook nu herhaalt hij de vraag of wij van plan zijn ontbijtgranen te eten. Opnieuw antwoord ik ontkennend. Met de beide bussen onder zijn arm informeert hij waar we vandaag naartoe gaan. ‘We willen naar Elgin,’ zeg ik. Hij beweert dat het er ‘relaxing’ is. Hij aarzelt even en vraagt dan of wij geïnteresseerd zijn in Highland Games. Mannen in kilts die met boomstammen gooien: dat is niet echt aan ons besteed. ‘Ik weet ook niet waar je op dit moment Highland Games kunt bezoeken,’ gaat hij verder. Bill grossiert in non-informatie, rare opvattingen en strenge huisregels.

Het is maar een goed uur rijden naar Elgin. Het landschap is hier minder ruig dan we gewend waren: zacht glooiende velden en in de verte, links van de weg, de zee. Rond tienen parkeer ik de auto aan de rand van het centrum. Bij het eerste de beste cafeetje nemen we een espresso. De serveerster babbelt honderduit over de bezienswaardigheden, geeft ons een plattegrond van het stadje en adviseert ons om op de terugweg naar Inverness beslist even aan te gaan in de kustplaats Findhorn. Dan is het tijd voor een wandelingetje naar de (ruïnes) van de middeleeuwse kathedraal waar Elgin beroemd om is. We lopen er een poosje rond en wandelen dan weer naar de auto. Volgende stop: een plek waar mijn dochter al sinds onze aankomst in Schotland van droomt.

Ik parkeer de auto in Spey Bay aan de kant van de weg. We laten het bezoekerscentrum van de ‘WDC Scottish Dolphin Centre’ nog even links liggen; dat komt straks. Nu lopen we eerst naar het strand. Zwijgend staan we naast elkaar op de kiezelstenen, turend in de verte. We hebben er nog maar een minuut of tien gestaan, als er een echtpaar naar ons toe komt. Ze wijzen: ‘Daar!’ Op flinke afstand van de kust is een groepje dieren te zien. Een ervan springt zo ver omhoog, dat er geen twijfel mogelijk is: het zijn dolfijnen! Ademloos blijven we turen, alsof we deze prachtige dieren met onze ogen kunnen dwingen dichterbij te komen. Heel even lijkt het alsof het werkt, maar dan zien we hoe ze steeds verder weg zwemmen. We staan nog steeds ademloos en onder de indruk in de verte te turen, als ze al lang uit het zicht verdwenen zijn.

Na Spey Bay zijn we naar Grantown-on-Spey gereden en nu zijn we bijna in Nairn. ‘Ach, we zouden nog even langsgaan in Findhorn,’ zeg ik, ‘maar daar zijn we alweer voorbij.’ ‘We kunnen toch nog wel even terug?’ merkt Charlotte op. In plaats van de eerste, richting Inverness, nemen we op de rotonde de derde afslag. Vijftien mijlen verderop zien we het dorp aan zee liggen. Het ziet er inderdaad wel pittoresk uit. Op de ‘boulevard’ (eigenlijk gewoon een smalle weg langs de waterkant) staan de auto’s dicht op elkaar geparkeerd aan de linkerkant. We hebben geen keus: we kunnen alleen maar rechtdoor en dat past nét. Ik kan maar aan een ding denken: mijn buitenspiegel! Aan het eind van het weggetje komt er wat meer ruimte en laten we tegelijkertijd onze adem ontsnappen. We rijden nu aan de andere kant van het dorp en komen plotseling weer bij de boulevard uit. Voor geen goud ga ik nog een keer rechtsaf. ‘Terug naar Inverness dan maar?’ vraag ik. ‘Yep, Findhorn hebben we wat mij betreft wel gezien,’ lacht Charlotte.

De doedelzakmuziek sterft langzaam weg terwijl we naar ons logeeradres lopen. ‘Wat was het weer fantastisch vandaag, hè?’ zeg ik. Charlotte knikt. ‘Ik denk dat dit mijn favoriete  was,’ zegt ze en ik glimlach, dankbaar dat ik die met haar mocht delen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *