hulp bij het tanken

U bent een engel

Ze is me net voor. Bouwjaar 1950, schat ik. Zij, niet haar zwarte Toyota Aygo. Aan de manier waarop ze uitstapt, zie ik dat het wel even kan duren, dus zet ik de motor van mijn witte Aygo uit. Ik wacht geduldig. Het betaalproces heeft nog wel wat voeten in de aarde. Pasje erin. Pasje eruit. Pasje erin en dan opeens: gelukt! Ze werpt me een ongemakkelijke grijns toe en buigt zich dan in de richting van de tankdop. Mevrouw steekt haar sleutel erin en begint daarna uit volle macht te draaien. Het lijkt erop dat er geen beweging in de dop te krijgen is.

Opnieuw die grijns. ‘Krijg hem niet open,’ roept ze na een halve minuut vruchteloos proberen. Ik stap uit en loop naar haar toe. Het huilen staat mevrouw nader dan het lachen. Ze doet een pas opzij, geeft mij de sleutel aan. Ik steek hem nog maar een keer in de tankdop, draai naar rechts en naar links, maar voel geen enkel verschil. Brute kracht dan maar, denk ik, waarna ik de sleutel uit het slot haal en aan de tankdop begin te draaien. Ondertussen denk ik koortsachtig na: mijn tankdop laat een venijnige tik horen, als ik hem naar links opendraai. Of was het naar rechts? Straks maak ik de tankdop van mevrouw kapot!

Tot mijn opluchting staakt de dop opeens de strijd. Even later bungelt hij tegen de zwarte lak en overhandig ik mevrouw haar sleutel. Ze kijkt me sprakeloos aan en brengt dan uit: ‘U bent een éngel!’ Ik glimlach en zeg: ‘Hij zat ook wel heel erg vast.’ Daarna loop ik terug naar mijn auto. Vanachter de voorruit zie ik dat tanken ook niet echt haar ding is. Vulpistool erin, vulpistool eruit, een enigszins wanhopige blik in mijn richting. Ik glimlach nog maar eens naar haar: het zal toch niet zo zijn dat ik haar ook nog moet helpen met tanken? Maar dan verdwijnt het vulpistool in de zwarte Aygo en hoor ik dat het tanken nu echt begonnen is. Blij steekt mevrouw haar duim naar me op.

Een paar minuten later hangt ze de slang terug en schroeft ze de tankdop op zijn plek. Ik wil nog roepen: ‘Niet té vast draaien!’ maar dan gooit ze haar fragiele lijf in de strijd, draait zo hard aan de tankdop dat die waarschijnlijk bij de volgende tankbeurt weer zal weigeren los te laten. Ze zwaait enthousiast naar me voordat ze instapt. Ik zwaai terug en mompel: ‘Ik hoop dat u de volgende keer opnieuw een ‘engel’ treft, mevrouw.’

2 gedachten over “U bent een engel”

  1. PFFFFF, ik ben altijd bang voor dit soort situaties. Oud worden en het niet meer begrijpen. Gelukkig was jij de reddende engel. Ben blij voor haar dat jij er was.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.