Categorie: columns

  • Nine eleven, niet zomaar een datum

    Nine eleven, niet zomaar een datum

    Sinds 2001 zal 11 september voor velen nooit meer zomaar een datum zijn, maar voor mijn moeder is dat al sinds 1964 het geval.

    Mijn ouders trouwden op 11 september van het jaar waarin Nelson Mandela tot levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld, de Beatles naar Nederland kwamen, IBM de eerste mainframecomputer op de markt bracht, ‘Ik Jan Cremer’ voor opschudding zorgde en in de VS de Civil Rights Act werd aangenomen. De foto’s die er op die dag gemaakt zijn, ontroeren me telkens weer. Is het hun zichtbare geluk dat me een brok in de keel bezorgt of het nog onzichtbare, maar onafwendbare ongeluk?

    (meer…)

  • Nou ja, zo goed als

    2014-08-12 19.43.37Mopperend probeer ik grip te krijgen op het moertje dat het defecte achterlicht van mijn dochters ‘nieuwe’ fiets op zijn plaats houdt. Op dagen als deze zou ik willen dat ik een handige kerel bij de hand had die een dergelijk klusje fluitend en in enkele minuten zou klaren. (meer…)

  • Tears in heaven

    Tears in heaven

    Bewegingloos ligt ze in de armen van haar vader. Haar lippen blauw, schuim in haar mondhoeken, haar ogen gesloten. We haasten ons van de vliegtuigtrap waar onderaan een ambulance staat te wachten. Met gillende sirenes vertrekken we naar het kinderziekenhuis in Izmir. Zij ligt op een gammele brancard, wij zitten op een bankje ernaast. ‘Het komt wel goed,’ probeert een medewerkster van de luchthaven, die als tolk fungeert en met ons meegaat, ons gerust te stellen. Maar ik kijk naar onze dochter, zo fragiel, zo klein – ze is net een jaar geworden – en zo … het woord ‘levenloos’ komt heel even bij me op en maakt dat mijn hart als een razende tekeergaat. (meer…)

  • Het schuurt niet langer

    diploma‘Uw applaus voor onze eindexamenkandidaten!’ roept mijnheer Volmerink, de afdelingsleider en alle hoofden draaien naar rechts, in de richting van de trap. De muziek zwelt aan terwijl de eerste geslaagden naar beneden komen. Ik zoek mijn dochter met mijn ogen, maar vind haar niet meteen. Dan zie ik haar vriend die met zijn bijna twee meter boven iedereen uittorent. Natuurlijk loopt zij naast hem. Hand in hand en stralend komen ze de trap af. Heel even kijkt ze opzij, vangt ze mijn blik, maar dan kijkt ze weer op naar hem. Ik houd mijn ogen zo ver mogelijk opengesperd in de hoop dat het vocht dat zich erin aan het verzamelen is, zal verdampen. Vlak voordat ik weer ga zitten, knipper ik per ongeluk even, waardoor mijn wangen toch nat worden.

    (meer…)

  • Het allermooiste cadeau

    Twaalf dagen voor mijn dertigste verjaardag werd mijn dochter geboren. In de jaren erna heb ik vaak tegen haar gezegd: ‘Jij bent het allermooiste cadeau dat ik ooit gekregen heb.’

    310827_193943000688540_101394468_n

    (meer…)

  • No service

    Maandag. Inhoud wasmand: twee onderbroeken, een hemdje en een badhanddoek.
    Definitief ter ziele is hij, mijn oude, stronteigenwijze wasmachine. Hem laten repareren bleek geen optie vanwege de hoge kosten en dus meld ik me al vroeg bij een filiaal van een witgoedketen die reclame maakt met de slogan ‘Every day low pricing high service’. De wasmachine van mijn keuze is er niet duur en de winkel brengt geen bezorgkosten in rekening, als ik de website mag geloven. Ik leg de piepjonge verkoper uit op welke machine ik mijn oog heb laten vallen en vraag of die inderdaad binnen de door de site beloofde vijf dagen bezorgd kan worden. ‘Geen probleem,’ zegt hij en begint op de computer mijn gegevens in te vullen. Zodra ik opmerk dat de machine naar boven moet, zegt hij: ‘O, dan komt er nog vijftien euro bij.’ Kijk, dat vermeldt de website dan weer niet.

    (meer…)

  • Leuker kunnen ze het niet maken

    Volgens een woordvoerder is het in januari bij de Belastingdienst altijd drukker dan normaal, maar is het dit jaar nog erger. (meer…)

  • De zing van jou?

    Zijn blik schiet van onze dochter, via zijn vrouw naar mij. ‘De zing van jou?’ vraagt hij en ik voel hoe voor de zoveelste keer vanmiddag een klein stukje van mijn hart afbreekt.

    © Charlotte Romp

    ‘Je ziet niks aan hem, hoor,’ had zijn vrouw mij verzekerd, maar ik zie van alles. Dat hij veel ouder geworden is sinds de laatste keer dat ik hem zag, verbaast me niet. Het is zijn mimiek die me van mijn stuk brengt. Zijn lach is niet meer die van voorheen. Onecht, bijna, hoewel onopzettelijk. Het lijkt alsof iemand onzichtbare touwtjes achter de huid van zijn gezicht heeft aangebracht, die bijna constant worden strakgetrokken en op de verkeerde momenten gevierd. Telkens denk ik dat hij in huilen zal uitbarsten, totdat ik besef dat zijn merkwaardige gezichtsuitdrukkingen horen bij wie hij na zijn herseninfarct is geworden.

    De correcte (en van tijd tot tijd verkeerde) woorden die in zijn brein rondtollen, weten de weg naar buiten nauwelijks te vinden. Maar hij is een vechter, knipt ongeduldig met zijn vingers, perst ze eruit in willekeurige volgorde, niet voornemens zich door zijn beschadigde spraakvermogen te laten verslaan. Toch zijn het vooral zijn ogen – die grote, bruingroene kijkers waarvoor ik ruim een kwart eeuw geleden als een baksteen gevallen ben – die me vertellen wat hij wil zeggen. Pure paniek, frustratie en gekwetste trots lees ik erin. Hulpeloosheid ook en dat doet me misschien nog wel het meest. Even denk ik aan hoe hij tot twee weken geleden niets hulpeloos over zich had, de touwtjes stevig in handen hield en de dienst uitmaakte. Ik heb hem erom veracht en dat weet hij. Nu heeft die verachting plaatsgemaakt voor medeleven en iets dat me bijna doet opstaan om mijn armen om hem heen te slaan. Bijna. Want ik voel dat een dergelijke uiting van affectie totaal ongepast is na zo veel tijd en intense afkeer. Bovendien heeft iets in mij besloten dat ik me moet wapenen tegen warme gevoelens voor de man die mij zo ontzettend gekwetst heeft. Dus blijf ik zitten, misschien wel net zo verward als hij en fixeer ik mijn blik op zijn zoontje, dat zijn hele Legoverzameling aan mijn dochter laat zien.  ‘Wil je nog iets drinken?’ vraagt zijn vrouw, ik schud mijn hoofd en glimlach vriendelijk naar haar. Het verbaast me nog steeds dat ik haar zomaar van het ene op het andere moment sympathiek ben gaan vinden. Hoe wrang is het, dat er zoiets gruwelijks voor moest gebeuren?

    In de auto, onderweg naar huis, blijft het een tijdje stil. Waar we vanmiddag lang en veel gepraat hebben, kunnen mijn dochter en ik nu de juiste woorden niet vinden. Ergens halverwege doemen plotseling de ogen van mijn ex weer voor me op. Ik knipper ze weg terwijl ik denk aan een van zijn met moeite geformuleerde vragen van vanmiddag. ‘De zing van jou?’ Ja, denk ik, het zangtalent heeft ze van mij, maar de vechtersmentaliteit en de ogen, die heeft ze van jou.

  • Het gaat over

    Overgang. Het woord heeft volgens Van Dale vier betekenissen. Al jaren woon ik aan het spoor, náást een overgang en daar heb ik mee leren leven. Maar nu mijn lijf hormonaal ontspoort, woon ik ook ín een overgang. En daar kan ik maar niet aan wennen.

    overgang

    (meer…)

  • Kwetsbaar

    Nog geen uur nadat ze van huis is gegaan, hoor ik haar weer binnenkomen. ‘Ben je nu al klaar met je toets?’ roep ik verwonderd, terwijl ik me naar haar omdraai. Haar gezicht is zo bleek dat ik ervan schrik. Ze knikt en zegt dat ze zich niet kon concentreren en net als ik wil vragen waardoor dat kwam voegt ze eraan toe: ‘Ik ben aangereden.’ Pas dan rollen de tranen over haar wangen. ‘Wat?’ roep ik uit, terwijl ik mijn armen om haar heen sla. En dan begint ze te vertellen. (meer…)