En route, een reisverslag in columns – deel II

Geen croissants, wel beeld en geluid

Vandaag nemen we afscheid van ‘ons’ chateau in Cambrai. We brengen eerst een bezoek aan Thiepval. Nog zeer onder de indruk rijden we verder in de richting van Amiens. We hebben besloten in Frankrijk snelwegen te vermijden en rijden over provinciale wegen, passeren vele dorpjes en genieten van het uitzicht dat alleen maar mooier lijkt te worden.

Zodra we Amiens gepasseerd zijn, rijden we via de D930 naar Rouen, onze eindbestemming van vandaag. Op nog een uur rijden van die stad slaan we een breed, onverhard pad in om even te pauzeren. We staan er in de weg: een touringcar komt de weg af gereden en moet wachten op een andere die omhoog wil. ‘Goh mam,’ zegt Charlotte, die even heeft opgezocht wat het voor dorp is, waar het pad naartoe leidt, ‘Gerberoy schijnt een van de mooiste dorpen van Frankrijk te zijn.’ Dat moeten we zien! Zodra beide bussen uit het zich verdwenen zijn, rijden wij omhoog, richting het enorme grasveld dat aan de ingang van het dorp als parkeerplaats is ingericht. Achter een bruidspaar en hun gevolg aan, lopen we naar de hoofdstraat van het dorpje. We verbazen ons over het feit dat een aantal vrouwen zich ondanks hun pumps staande weet te houden op het middeleeuwse plaveisel.

We hebben Gerberoy al lang weer achter ons gelaten. Van het heuvelachtige, rustige platteland belanden we plotseling in de hectiek van de stad. We hebben een kamer geboekt in een hotel in het centrum van Rouen. Nadat we de auto in de parkeergarage onder het Paleis van Justitie geparkeerd hebben, lopen we in twee minuten naar ons hotel. We worden er hartelijk ontvangen; de jongste bediende draagt onze koffer en gaat ons voor op de houten trappen naar de tweede verdieping. Wij gaan meteen de stad verkennen, wat volgens de hoteleigenaar prima te voet te doen is. Al na 140 meter stuiten we op een van de belangrijkste bezienswaardigheden van Rouen: Le Gros-Horloge.

Gisteravond zijn we bijtijds gaan slapen, moe van de behoorlijke autorit vanuit Cambrai. Een blik uit het hotelraam leert dat het rustig is op straat. Heel rustig. We zijn eraan gewend dat in Nederland veel winkels ook op zondag open zijn. Dat blijkt hier niet het geval, merken we zodra we richting de kathedraal wandelen. Ook in de imposante Notre Dame de Rouen is het verbazingwekkend rustig.

We strijken neer op een verrassend genoeg drukbezet terras en moeten even wachten, maar dan komt een norse ober ons vragen wat we willen. Ik bestel twee espresso’s en bedenk dan dat ik geen contant geld meer heb. ‘Kan ik hier pinnen?’ wil ik weten. ‘Vanaf vijf euro,’ is het stuurse antwoord. Met de Nederlandse prijzen voor een espresso in mijn achterhoofd (toch snel € 2,50 per kopje) grijns ik naar de man: dat zou dan precies uitkomen. Hij kijkt me geërgerd aan en zegt dat espresso hier € 1,35 per kopje kost. ‘Neemt u er drie croissants bij, dan kunt u pinnen,’ vervolgt hij ongeduldig. We hebben niet zo lang geleden ontbeten, Charlotte eet niets waarin dierlijke producten verwerkt zijn en dus zou ik dan drie (!) van die dingen naar binnen moeten werken. ‘Wat gaan we doen?’ gromt de ober die zijn geduld nu helemaal verloren lijkt te zijn. ‘We gaan weg,’ zeg ik gedecideerd, waarna ik mijn stoel achteruit schuif.

Zonder koffie te hebben gedronken kopen we kaartjes bij Historial Jeanne d’Arc, een interactieve tentoonstelling over het leven en de dood van Jeanne (ze is op 30 mei 1431 in Rouen op de brandstapel gestorven). Met een paar anderen krijgen we toegang tot de eerste, schaars verlichte ruimte. Er klinkt dreigende muziek en op grote schermen verschijnen alles verterende vlammen en een acteur in middeleeuwse kledij. De baby in het gezelschap zet het onmiddellijk op een krijsen – wat me niet verbaast, want het geheel komt zelfs bij mij behoorlijk binnen. Het duurt tot ongeveer halverwege de voorstelling voor de moeder het kind heeft weten te kalmeren.

Vanmiddag zijn we naar Panorama XXL geweest, waar we een fototentoonstelling over de Titanic bezocht hebben. Daarna zijn we weer terug geslenterd (want het was erg warm) naar het centrum, waar we een kijkje genomen hebben in de kerk die ter nagedachtenis aan Jeanne d’Arc is gebouwd op het marktplein waar zij de dood vond. Nu is het kwart over negen en zijn we op weg naar de Notre Dame, waar onze stadswandeling vanmorgen begon. Op het plein voor de kathedraal heeft zich al een behoorlijke menigte verzameld voor het klank- en lichtspel dat om half tien gaat beginnen.

Zodra de muziek begint en de eerste beelden op de enorme gevel van de Notre Dame geprojecteerd worden, ben ik meteen in een andere wereld. We komen ogen tekort: we zijn nog niet bekomen van de eerste visuele effecten of de volgende dienen zich alweer aan. We prijzen ons gelukkig; elke zomer vindt er dagelijks na zonsondergang zo’n prachtige voorstelling plaats en vanavond is de laatste van dit seizoen. Ik had me geen betere afsluiting van ons bezoek aan Rouen kunnen voorstellen.

2 gedachten over “En route, een reisverslag in columns – deel II”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.