Ik heb nergens zin in. Niet in opstaan, niet in gaan slapen. Niet in lezen, wandelen, schrijven of fietsen. Ik heb geen zin in praten of luisteren, geen zin in mensen om me heen, geen zin in niemand om me heen. Na het opstaan worstel ik me de dag door, misselijk, zwetend, vermoeid en amechtig. Zelfs de eetlust is me vergaan en dat gebeurt me hoogst zelden. En alleen thuis zijn is sinds mijn ziekmelding een ‘dingetje’. Nu opeens voel ik me verschrikkelijk verloren als mijn lief niet bij mij is.
Gisteren zijn er een stuk of zes buisjes bloed afgenomen en de huisarts vertelt me nu dat daar niets bijzonders uitgekomen is. Ik heb ook geen ijzertekort, zoals ik zelf dacht. Ik barst in huilen uit. Enerzijds omdat ik opgelucht ben dat er niets raars in mijn bloed gevonden is, anderzijds omdat ik óp ben.
Al in de zomer van 2025 word ik geplaagd door hartkloppingen, zweetaanvallen, misselijkheid en een meestal sluimerende en soms opvlammende kribbigheid. Ik kom in juli redelijk uitgerust terug van vakantie. Maar zoals gebruikelijk verdwijnt die rust op de eerste werkdag erna: vanwege de vakanties van diverse collega’s komt er nog meer dan gebruikelijk op mijn bord. Ik neem maar weer dossiers mee naar huis om ’s avonds en op mijn vrije maandagen nog wat te kunnen doen.
Sinds vijf weken zit ik ziek thuis. Aanvankelijk zei ik dat ik dat ik ‘tijdelijk overgekookt’ was. Inmiddels heeft mijn ellendigheid het etiket ‘burn-out’ gekregen. Ik dacht altijd dat mij dat niet zou overkomen. Ik was sterk, kon alles aan. Totdat mijn lijf aangaf dat ik zo niet verder kon.