WACHT tot het rode licht gedoofd is

Na acht jaar ben ik wel gewend aan het geklingel wanneer de spoorbomen naar beneden gaan en aan het geluid van passerende treinen. Ik kan niet wennen aan de enkeling die nog snel even langs de spoorbomen glipt, om niet te hoeven wachten op een passerende trein. Nog maar enkele maanden geleden hulden de zwaailichten van de toegesnelde hulpdiensten onze huiskamer in een blauwe gloed. Er viel niets meer te helpen. Ik sloot de gordijnen om de misselijkmakende toestroom van nieuwsgierigen buiten te sluiten. Ik dacht aan die arme man of vrouw die om het leven gekomen was, aan de treinpassagiers, aan de hulpverleners en – zeker niet in de laatste plaats – aan de machinist.

Een paar maanden na dit afgrijselijke voorval fiets ik naar huis. Vlak voordat ik bij de overweg ben, gaan de spoorbomen naar beneden. De rode lichten schreeuwen: ‘NIET oversteken!’ Bij het waarschuwende geklingel voegt zich het geluid van snerpende fietsremmen. Ik kijk over mijn schouder en zie een dertiger met zonnebril, oordoppen en baseballpet bijna van zijn racefiets vallen. Hij baalt zichtbaar van het feit dat hij moet wachten en begint ongeduldig rondjes te fietsen tot hij kan oversteken. Afstappen, zoals ik heb gedaan, behoort voor deze man blijkbaar niet tot de mogelijkheden. Enkele tientallen seconden later komt met donderend geraas de intercity richting Arnhem voorbij. De fietser veert op. Ha, de trein is voorbij, lijkt hij te denken.

Zoals zo vaak houdt het geklingel aan en doven de rode lichten niet. ‘WACHT tot het rode licht gedoofd is. Er kan nog een trein komen,’ roepen waarschuwingsborden aan weerszijden van de spoorwegovergang. En ik weet uit ervaring dat dit geen loze kreet is. Er komt altijd nóg een trein, meestal uit de tegenovergestelde richting. Maar de fietsmeneer lijkt niet te kunnen lezen – of de waarschuwing niet ter harte te willen nemen. Blijkbaar zorgen de oortjes ervoor dat hij compleet is afgesloten voor van buitenaf komend geluid en hoort hij het geklingel niet. De spoorbomen zouden toch in elk geval hét signaal moeten zijn, dat hij nog even moet wachten? Nee. Hij slingert eromheen en is nog net niet halverwege het spoor, als er heftig getoeterd wordt. In een fractie van een seconde springt hij van zijn fiets en doet hij twee passen achteruit. Net genoeg. Net op tijd. Een blauw-gele flits mist op een haar na het  voorwiel van zijn racefiets. Mijn mond is opengevallen en mijn hart zit in mijn keel. Inwendig slinger ik de fietser honderdduizend verwensingen naar zijn hoofd, er komt er maar één naar buiten: ‘Idioot!’ Hij kijkt schaapachtig opzij, zet dan beide voeten weer op de pedalen en steekt alsnog het spoor over. Ik blijf als aan de grond genageld staan, zelfs als de spoorbomen al lang weer open zijn, het geklingel is gestopt en de lichten gedoofd zijn.

Enkele minuten later loop ik thuis de trap naar de woonkamer op. Ik vraag me af hoe het met de machinist gaat. Misschien knikten zijn knieën daarnet wel net zo hard als die van mij. Het had niet veel gescheeld of er was iemand voor mijn ogen gegrepen door een trein, als gevolg van, ja van wat: haast, desinteresse, de macho willen uithangen of gewoon pure nonchalance? Ik mag hopen dat deze fietser zich kapot geschrokken is en zijn lesje geleerd heeft. En ik mag hopen dat er een tijd komt waarin iedereen beseft dat er maar een ding op zit als het rode licht bij een overgang brandt: WACHTEN.

10 gedachten over “WACHT tot het rode licht gedoofd is”

  1. Gvd…idioot….wat zul jij geschrokken zijn. En de machinist…hoop dat je er niet van droomt of wakker ligt…

  2. Mooi verwoord,
    Visualiseer ik als ik ook zit te trillen terwijl ik er niet bij was? Pfffff…….

    Van mij mag je laatste zin krachtiger, niet ‘zou moeten’ maar MOET!

  3. Dat zijn heftige dingen zeg. En wat speelt er zich in die kop van die fietser af om zomaar over te steken.
    En wat je zegt: ieder ander krijgt er een hartverzakking van en hij peddelt gewoon door.

  4. Je weet wat wij als Rotterdammers hadden geroepen 😉
    Klassiek geval: jaren geleden kind die zijn bal achterna loopt hop de straat op. Kind bijna onder de auto. Schrok me de ..p……is. Vader van het kind staat te lachen op de stoep………..
    Ik ben tegen agressie maar had hem wel een paar keer knetterhard voor zijn botte hersens willen slaan 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *