Schotse dingetjes, een reisverslag in columns – deel II

Over (toch geen) Chinezen, een Duitse en ongelukken maken

Vandaag hebben we een autoloze dag. We verlaten ons logeeradres in Brunswick Street en lopen naar het centrum van Edinburgh. Het is veel minder zonnig dan gisteren, maar het is droog en niet koud. We slenteren eerst een hele tijd door Princes Street en drinken ergens koffie. Daarna wandelen we via de King’s Stables Road naar Edinburgh Castle. Het is extreem druk bij het kasteel en plotseling hebben we helemaal geen zin in tassencontroles en dringen om binnen te komen. We keren daarom om en lopen via de Royal Mile terug naar het centrum. Er worden nogal wat typisch Schotse ‘dingetjes’ verkocht: blikjes met afbeeldingen van bordercollies en West Highland terriërs, beeldjes van Nessie en omslagdoeken en kilts in elke denkbare Schotse ruit.

We stuiten op een charmant kerkje. De entree is gratis, vermeldt het bord bij de ingang. We worden uiterst vriendelijk welkom geheten. Binnen blijkt er een tentoonstelling te zijn over het ontstaan van de kerk. Terwijl wij staan te lezen, vraagt een van de gastvrouwen aan een andere bezoeker: ‘Are you from China?’ Hij antwoordt kortaf: ‘No, from Taiwan.’ Charlotte kijkt me aan en fluistert: ‘Ook een idiote vraag! Zij heeft blond haar en blauwe ogen, maar ik ga haar toch niet vragen of ze uit Duitsland komt?’ Even later wendt de vrouw zich tot ons. Ze houdt eerst een praatje over de bordercollie die haar gezelschap houdt en vertelt dan wat het geloof haar gebracht heeft. Ze begint haar verhaal met de woorden: ‘I was born and raised in Germany.’ Ik moet mijn uiterste best doen om mijn gezicht in de plooi te houden.

Nadat we het stadscentrum en de belangrijkste bezienswaardigheden bekeken hebben, gaan we eten bij Zizzi. De ober komt al snel met een glas rosé voor mij en een glaasje kraanwater voor Charlotte. Mijn wijn zet hij zonder problemen neer, maar vervolgens laat hij het waterglas bijna uit zijn hand glippen. Het water gutst over het tafelblad, zo in mijn dochters schoot en op haar tas. Wij beginnen hard te lachen en de ober kijkt onthutst. Ik leg uit dat gisteravond exact hetzelfde gebeurde in een ander restaurant en dat we daarom zo’n lol hebben. Hij lijkt niet te snappen wat er zo grappig is, loopt weg en komt even later terug met een enorm pak keukenpapier, duizend excuses en een flesje water ‘van het huis’.

Na het hoofdgerecht bestelt Charlotte chocoladetaart met gekaramelliseerde pecannoten. De ober brengt haar een bord met daarop niet alleen het bestelde gebak, maar ook een kommetje, waarin een karamelachtige saus zit. Dochterlief kijkt er wat bedenkelijk naar en vraagt dan waar de pecannoten gebleven zijn. Obermans wijst naar de saus. Er verschijnt een groot vraagteken op haar voorhoofd. En ze roert met haar vork door de vloeistof waarin geen brokje te bekennen valt. ‘Maar pecans zijn nóten,’ zegt ze vriendelijk. ‘Ja, maar dit zijn bewerkte noten, denk ik,’ zegt de man aarzelend en in enigszins onbeholpen Engels. Omdat hij nogal lijkt te twijfelen aan de juistheid van zijn bewering, neemt hij het bord mee naar de keuken. Niet veel later is hij terug met de taart en duizend excuses, maar zonder het kommetje. De taart is weliswaar veganistisch, maar de karamelsaus niet. ‘En de pecannoten zijn op,’ zegt hij ongemakkelijk.

Bij het afrekenen biedt de ober opnieuw zijn excuses aan; we hoeven het nagerecht bovendien niet te betalen. Wij verzekeren hem dat we heerlijk gegeten hebben en dat er wat ons betreft niets aan de hand is. ‘O, gelukkig, ik ben hier nog maar pas en ik maak ongelukken,’ zegt hij timide.  Wij hopen van harte dat hij desondanks zijn baan mag houden.

Na een mooie en bij vlagen hilarische dag in de stad keren we terug naar ons logeeradres. We zijn benieuwd wat Schotland morgen weer voor ons in petto heeft.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *