Schotse dingetjes, een reisverslag in columns – deel I

Spiegeltje, spiegeltje aan de kant

Al weken heb ik me lopen verheugen op onze rondreis door Schotland. Het enige waar ik een beetje tegenop zie, is het autorijden. ‘Dat went snel, hoor,’ verzekerden verschillende mensen mij, dus sta ik nu redelijk gerustgesteld bij de Hertz-balie. De medewerker erachter probeert mij allerlei extra’s te verkopen. Voor een kleine 140 euro kan ik bijvoorbeeld het eigen risico van 1.000 pond afkopen. ‘Nee, hoor,’ zeg ik vriendelijk, ‘ik huur al jaren auto’s in het buitenland en heb nog nooit schade gereden.’ Hij kijkt me wat meewarig aan, maar overhandigt me uiteindelijk toch de sleutels. We gaan op weg naar de parkeerplaats waar we de ons toegewezen auto moeten kunnen vinden. Een vriendelijke, roodharige Schot wijst aan welke we moeten hebben: de witte Opel Corsa.

Even later start ik de motor en rijd ik voorzichtig het parkeerterrein af. Wat raar om mijn dochter links van mij te zien, net zoals de versnellingspook – die ik regelmatig in mijn rechterportier lijk te willen vinden. De omgeving van de luchthaven is, net als de rest van Schotland, vergeven van de rotondes. Hoewel ik linkshandig ben, blijkt schakelen met die hand (en nadat ik de pook gevonden heb) nog wel een dingetje. Nadat ik weer een rotonde moeiteloos linksom genomen heb, schakel ik naar de derde versnelling. Een oorverdovend kabaal laat me weten dat dát niet helemaal gelukt is.

We hebben aan Truus (zoals we de Google-Maps-mevrouw in mijn telefoon noemen) gevraagd hoe we naar de Border Abbeys moeten rijden. Dat vindt ze een wat lastige vraag. Ze stuurt ons richting ‘Edinberg’ en hoewel dat onze eindbestemming van vandaag is, wil ik beslist niet dwars door de stad rijden. Toch lijkt het erop dat ze me precies dat wil laten doen. Bij een rotonde met idioot veel afslagen aan de rand van de stad, neem ik de verkeerde. Truus berekent snel de route opnieuw en gebiedt mij linksaf te slaan.

Net na de bocht staat een auto geparkeerd. Uit de tegenovergestelde richting komt een andere auto. Ik aarzel even: zal ik doorrijden of toch even wachten? Ik kies de eerste optie en geef voorzichtig gas. Ik kijk naar de tegenligger en de weg voor me en denk niet aan de breedte van onze Corsa. ‘O, mam!’ roept mijn dochter uit en tegelijkertijd hoor ik aan de linkerkant iets rinkelen. Het glas in de buitenspiegel hangt er verkruimeld bij. Ik parkeer een paar meter verderop en we lopen samen naar de auto die onze spiegel geruïneerd heeft. Die blijkt gelukkig geen krasje te hebben.

Een half uur later zijn we terug bij de roodharige Schot. Hij schrijft een schadeformulier uit en regelt binnen een half uur een andere Opel Corsa. Een zwarte, dit keer. Hij vertelt dat de schade op een kleine 140 euro zal uitkomen. Ondanks de schrik moet ik wel grinniken: ben ik dat bedrag vandaag toch nog kwijt.

Iets minder zelfverzekerd rijd ik voor de tweede keer het parkeerterrein af. Truus heeft inmiddels bedacht hoe we zonder omwegen Kelso, waar zich een van de Border Abbeys bevindt, kunnen bereiken. Het links rijden valt me eigenlijk best mee. Nergens kom ik in de verleiding om een rotonde verkeerd om te nemen of aan de rechterkant van de weg te gaan rijden. Zo af en toe graai ik nog in mijn portier naar de versnellingspook, maar dat automatisme slijt met de kilometer. Het enige wat ik nog lastig vind, is inschatten hoeveel ruimte ik aan de linkerkant heb. Gelukkig zit mijn dochter naast me. Zij waarschuwt me met enige regelmaat: ‘Een beetje naar rechts, mam.’

2 gedachten over “Schotse dingetjes, een reisverslag in columns – deel I”

  1. Je had natuurlijk ook gewoon een automaat kunnen huren…..
    Maar weer leuk om te lezen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *