Samos

Van 20 juli t/m 3 augustus 2010 brachten wij een bezoek aan het Griekse eiland Samos. Het eiland, ongeveer 44 bij 19 kilometer groot, ligt in het oosten van de Egeïsche Zee, voor de Turkse kust. Wij logeerden in hotel Topaz in Kokkari. Behalve een prachtige vakantie, vol zee, zon, heerlijk eten en leuke ontmoetingen, was dit de spannendste ooit.

IMG_1193

Tegenliggers en een drijvende omelet

Onze eerste vakantiedag is voorbij gegaan met slaap inhalen en de directe omgeving verkennen. Redelijk fris staan we vanmorgen bij het autoverhuurbedrijf. Ik heb het allerkleinste model gereserveerd, maar vandaag zijn alle mini-autootjes uitgeleend. Daarom mogen we een Clio meenemen. Het is een afgeragd ding; de linker buitenspiegel is lang geleden kapot gegaan en nu zit er een rafelig stukje spiegelglas op de plek van de oorspronkelijke spiegel geplakt. Onze eerste bestemming: het hooggelegen dorpje Vourliotes.

De weg erheen voert omhoog, via talloze haarspeldbochten. Het in de bergen rijden is wel weer even wennen. Zodra we het dorp inrijden, komen we tot de ontdekking dat elke parkeerplaats bezet is. Stoer rijd ik door, een smal straatje in. Tot mijn schrik komt er een tegenligger aan. Ik pers onze auto bijna tegen de gevel van een huisje, de andere chauffeur doet hetzelfde. Toch raken onze spiegels elkaar. Een beetje bibberig rijd ik door tot we een splitsing tegenkomen. Rechtsaf, bergaf, mag niet. Linksaf, bergop, durf ik niet. Er zit niets anders op, dan te keren en terug te rijden via de weg die we net hebben afgelegd. Even buiten het dorp zit een restaurant met een groot terras, vanwaar je een prachtig uitzicht op Kokkari hebt. We besluiten er te lunchen. Charlotte heeft haar zinnen op een omelet gezet. Die is niet alleen gebakken in olijfolie, hij drijft erin. Ik adviseer haar het bijgeleverde brood te gebruiken als spons, zodat de meeste olie in het brood en niet in haar maag belandt. Toch geeft ze het na een halve omelet op. Met een gevulde buik rijden we even later de berg weer af, naar Kokkari, waar we af gaan koelen in de Egeïsche Zee.

01082010054

Samos stad

De Clio hebben we vanochtend omgeruild voor een Chevrolet Matiz. We rijden ermee naar de hoofdstad van het eiland, eveneens Samos genaamd. Bij het uitstappen valt ons meteen op, hoe ontzettend warm het is. Er lijkt hier ook wat minder wind te zijn, dan in Kokkari. Vanaf de boulevard zien we blushelikopters af en aan vliegen. Gisteren was er brand in de bergen, vandaag wordt er driftig nageblust. Ik maak snel een paar foto’s, want een dergelijk plaatje zie je immers niet vaak? Dat we later onze buik vol zullen hebben van heen en weer gevlieg, kunnen we nog niet weten.

We winkelen en wandelen wat en besluiten dan op zoek te gaan naar het oude gedeelte van de stad. We lopen een helling op, vinden er best grappige huisjes en mooie doorkijkjes, maar dit is toch beslist niet het deel dat we zoeken. Door de hitte moeten we onze zoektocht al snel staken. We gaan op zoek naar het museum, waar ik in de ban raak van de marmeren billen van een 4,5 meter hoog beeld. Natbezweet, dorstig en met knorrende maag strijken we in de loop van de middag op een terrasje aan de boulevard neer.

DSC05071

Wiskunde en zo

De geleerde Pythagoras werd op Samos geboren. De badplaats Pythagorion, gelegen aan de zuidkust, houdt de herinnering aan hem levend. In de haven staat een standbeeld, dat op foto’s gigantisch lijkt, maar van dichtbij toch een stuk kleiner is dan verwacht. Het plaatsje is gezellig, heeft een mooie haven en talloze terrasjes en winkeltjes, die ervoor zorgen dat we hier een paar genoeglijke uren doorbrengen. Op de terugweg nemen we een andere route. We rijden dwars door de bergen, via Mytilii. De vergezichten (op de bergketens van Turkije en de turkooizen zee) zijn adembenemend.

Vieze koffie en een mooi portret

Tja, als je een autootje tot je beschikking hebt, wil je natuurlijk wel alles zien. Volgens het boekje mogen we Manolates niet missen, dus trekken we opnieuw de bergen in. En natuurlijk is ook deze route vergeven van de haarspeldbochten. Aan de rand van het dorp vinden we een parkeerterrein, waar we de auto achterlaten. Al snel duikt het eerste terras op, waar we een kopje Griekse koffie bestellen. Het eerste en het laatste, deze vakantie. Het kopje is gevuld met een dikke drab die maar niet wil bezinken. Na een slok duw ik het kopje van me af. Ik krijg het niet weg. Charlotte vindt het sneu voor de uitbater en neemt dapper een paar slokjes. Ze houdt haar gezicht in de plooi, maar kreunt wel zachtjes.

Na de koffieprut gaan we het dorp in. De weggetjes stijgen en dalen behoorlijk en na een poosje belanden we bij een atelier van een schilderes. ‘Kom binnen, welkom!’ roept ze enthousiast. Ze smeekt bijna om Charlottes portret te mogen tekenen. Die ziet het eigenlijk niet zo zitten, maar laat zich uiteindelijk toch overhalen. Geduldig gaat ze zitten. Een half uurtje en dertig euro later lacht een meisje mij vanaf het papier toe. Ze lijkt slechts vaag op mijn dochter.

DSC05103

Brokkelige muurtjes

Samos is niet heel rijk aan cultureel erfgoed, maar er wordt door de boekjes laaiend enthousiast verteld over de Romeinse thermen en het Heraion (een tempelcomplex, gebouwd voor de godin Hera). We gaan op beide locaties maar eens een kijkje nemen.

Een beetje verdwaasd lopen we door de poort die toegang geeft tot het thermencomplex. Links en rechts liggen wat steenklompen, staat een brokkelig muurtje overeind. Je moet wel over ongelofelijk veel fantasie beschikken, om je voor te kunnen stellen hoe het er hier lang geleden moet hebben uitgezien. We zijn dan ook al snel uitgekeken en zetten koers richting het Heraion, waar nog een zuil van de oorspronkelijke tempel overeind staat. Overal op het terrein is riet hoog opgeschoten. Het geeft de plek iets mysterieus, maar zorgt er tegelijkertijd voor, dat de ruïnes moeilijk te zien zijn.

Op de terugweg kunnen we weer geen wijs worden uit de tegenstrijdige informatie van onze routekaart en de borden langs de weg. Uiteindelijk komen we, ongepland, terecht in Koumadarei, een leuk bergdorpje, waar een aantal souvenirwinkeltjes mooi aardewerk verkoopt. We laten ons verleiden tot de aankoop van een suikerpotje en nestelen ons daarna op een terras, waar we een werkelijk gigantische Griekse salade voorgeschoteld krijgen. We werpen nog maar eens een blik op de kaart. We willen via Milii terugrijden, maar opnieuw doe ik ergens iets verkeerd. Of eigenlijk niet, want de route die we rijden is meer dan prachtig.

We slingeren opnieuw dwars door de bergen en worden voortdurend getrakteerd op de mooiste uitzichten. Ik vind het jammer dat ik me toch vooral op de weg moet concentreren, wat beslist niet meevalt met al dat moois buiten. Zo af en toe is de weg een beetje breder, zodat ik even kan parkeren voor een foto.  Natuurlijk duurt de rit vele malen langer, dan vanochtend ingepland, maar dat hebben we er graag voor over.

DSC05093

Even loeren naar Turkije

Aan de zuidkust is een plaats, waar slechts anderhalve kilometer zee de kusten van Samos en Turkije van elkaar scheidt. Dat willen we graag met eigen ogen vaststellen, dus klimmen we na het ontbijt weer aan boord van onze Matiz. Vanwege een bijna knappende blaas maken we een tussenstop in Paleokastro. Het boekje vermeldt, dat dit geen bezienswaardige plaats is en wij constateren dat deze informatie klopt. In het lokale café worden we vol ongeloof gadegeslagen. Drie bejaarde mannen genieten er van een kopje koffie en lijken zich af te vragen, wat wij hier in vredesnaam te zoeken hebben. Na het toiletbezoek en een snel drankje haasten we ons dan ook verder. De weg voert ons dwars door pijnboombossen, maar naarmate we dalen, wordt de begroeiing schaarser en dan rijden we piepklein Posidonio in. We maken we een wandelingetje langs het water. Op een bankje bij de haven vragen we ons af, of we het zouden redden: zwemmend naar Turkije. We proberen het wijselijk maar niet uit.

DSC05167

De weg naar Pírgos

Vandaag willen we naar Plátanos, dat op een hoogte van 550 meter ligt en daarmee een van de hoogstgelegen plaatsen op Samos is. Omdat onze kleine Matiz meer van bergafwaarts rijden dan van klimmen houdt – en ikzelf ook – besluiten we om erheen via Karlóvassi te rijden, om de zigzagweg te vermijden. En zo bereiken we Plátanos probleemloos. Bij de ingang van het dorp wordt de weg beduidend smaller. Even verderop, staan we opeens midden op het dorpsplein. Tussen de terrasstoelen en –tafels doorlaverend, steken we langzaam het plein over. Een blauw bord met een witte P wijst richting een parkeerplaats, net buiten het dorp. Om er te komen, moeten we ons tussen een boom en een gevel van een cafeetje door wringen. Ik houd daarbij onbewust mijn adem in.

Als we na een kopje koffie en een wandeling door het dorp weer in de auto zitten, proberen we de haarspeldbochtenweg naar beneden, richting Pírgos te vinden. Na enkele honderden meters wordt het wegdek wat slechter. Op een splitsing staat een groot bord, waarop is vermeld dat Pírgos linksaf is, behoorlijk steil naar beneden. Na een kilometer is het asfalt opeens op. Rechts staat een militaire kazerne, links buigt een stenig pad af. Ik vraag de op wacht staande soldaat om raad. Hij heeft echter geen idee, of het pad de juiste weg naar Pírgos is. Met een blik op ons kleine vervoermiddel raadt hij mij aan om in ieder geval ‘very slow’ te rijden.

Terug in de auto besluit ik de gok maar te wagen. Er is zojuist een pick-up gepasseerd, dus het pad is te berijden. Meer dan very slow hobbelen we over rotsige bodem, door kuilen en over uitstekende stenen. Mijn knieën gaan steeds heftiger bibberen en ik kreun zachtjes, als ik weer een kei tegen de onderkant van ons autootje hoor knallen. De pick-up staat even verderop langs het pad geparkeerd. Ik stop en vraag aan het echtpaar in de auto of dit echt de weg naar Pírgos is. De vrouw lacht vriendelijk, de man antwoordt bevestigend. Op mijn kaartje wijst hij het dunne gele lijntje aan, dat wij kennelijk aan het volgen zijn. Mijn ontstelde blik doet hem glimlachen en hij biedt vriendelijk aan, voor ons uit te rijden richting geasfalteerde weg.

Slingerend, om de enorme kuilen te omzeilen, rijdt de man voor ons uit. Ik volg, geconcentreerd proberend zijn route exact te kopiëren. Na een paar kilometer stuiteren en kreunen, bereiken we een splitsing. De vriendelijke Griek wijst naar rechts. Die kant op, naar het asfalt. Ik dacht dat we al op een zeer slechte weg zaten, maar er bestaan blijkbaar nog slechtere exemplaren. Dit is niet meer dan een geitenpaadje, steil naar beneden. ‘Het is maar een kilometer,’ probeert de man me gerust te stellen. ‘Aan het eind ga je links en dan opnieuw links en dan zit je op de weg naar Pírgos’.

Binnensmonds kermend manoeuvreer ik ons koekblikje stapvoets over het smalle pad dat inderdaad na een kilometer overgaat in prachtig, strak en donkergrijs asfalt. Ik juich van pure opluchting, zodra we het bereiken.

DSC05107

Waar rook is

Er ronkt iets boven mijn hoofd. Opeens ben ik klaarwakker. Ik spring mijn bed uit, ren naar buiten en zie nog net, laag boven de daken aan de overkant van de straat, een helikopter naar de zee vliegen. Al na een paar minuten keert hij terug. Het reservoir, dat aan lange kabels onder de helikopter hangt, verspreidt een fijne nevel van zeewater. Bluswater!

Ondertussen is ook Charlotte wakker geworden. Wij haasten ons naar buiten. Er komt alweer een helikopter vanaf de zee aangevlogen. Wij lopen in de richting waarin hij vliegt en een paar honderd meter verderop, aan de rand van het dorp, beneemt het uitzicht ons de adem. Dikke rookwolken stijgen op van de hellingen achter het dorp. Rook, vuur en het oorverdovende geluid van helikopters jagen ons de stuipen op het lijf. Na het ontbijt ontvluchten we dit angstaanjagende decor.

Als we na een dagje in de hoofdstad van Samos naar Kokkari terugrijden, zien we al van ver, dat het in de hemel boven het dorp nog steeds wemelt van de vliegtuigen en heli’s. Dikke rookwolken trekken langs de horizon.’s Avonds, op een terras aan de haven, zien we de lucht van zachtroze naar donkerblauw verkleuren. Een laatste helikopter scheert over onze hoofden en laat een spoor van minuscule waterdruppels op ons neerdalen. En dan is het stil. Optimistisch denken wij dat de branden eindelijk geblust zijn, maar we begrijpen al snel, dat er in het donker niet gevlogen mag worden. Aan het eind van de avond wandelen we terug naar ons hotel en dan stokt onze adem opnieuw. De hellingen baden in een oranje gloed.

IMG_1175                 IMG_1199

Surfer in het bos 

Voor de tweede keer worden we wakker met het geluid van helikopters boven ons hoofd. We kleden ons snel aan, omdat we zeer benieuwd zijn, hoe de stand van zaken nu is. We zien her en der nog wel wat rookpluimen, maar het ziet er een stuk minder dramatisch uit dan gisteren. Na het ontbijt loop ik naar de surfschool, omdat Charlotte zich niet fit genoeg voelt, om aan haar eerste surflessen te gaan beginnen. Zodra ik het terrein oploop, merk ik dat het wel heel erg rustig is. Er liggen geen planken klaar en buiten de eigenaar en een instructeur is er niemand te bekennen.

Ik vraag de eigenaar, of de afgesproken surfles uitgesteld kan worden, omdat mijn dochter erg verkouden is en hoofdpijn heeft. ‘Ach,’ zegt hij, ‘we mogen vandaag helemaal niet het water op, in verband met de blusheli’s. Veel te gevaarlijk.’ En dan voegt hij er met een brede glimlach aan toe: ‘Ken je dat verhaal niet, van die surfer die gevonden werd in het bos?’

Nog de hele dag wordt er nageblust. Wij brengen de dag door op het strand, terwijl de heli’s voortdurend over ons heen vliegen, om water te halen. Pas nadat de helikopters          ’s avonds naar de luchthaven zijn teruggekeerd, de rookwolken zijn opgelost en de hellingen niet meer oranje gekleurd zijn, durven we opgelucht adem te halen.

Gemiddeld best lekker

We hebben vandaag nergens zin in. Charlotte voelt zich niet fit genoeg voor haar uitgestelde surfles, dus bel ik af. We sjokken in de loop van de ochtend al naar het strand, waar we ons op een bedje laten vallen. Leesvoer genoeg voor mij en een telefoon vol muziek voor haar, dus we gaan ons vast vermaken. Aan het begin van de vakantie waren mij de Thai al opgevallen die, soms alleen, soms in kleine groepjes, over het strand lopen. Vandaag wil ik een massage, want het harde hotelbed heeft mijn rug geen goed gedaan.

Het pezige mannetje bezit nagenoeg geen kennis van de Engelse taal. Gelukkig heeft hij een geplastificeerd papier bij zich, waarop ik aan kan wijzen wat ik wil. Ik kies voor de rugmassage. Het mannetje verschuift mijn ligbed, omdat hij wel de ruimte moet hebben om zich te verroeren. En zo lig ik even later plat op mijn buik, in de volle zon, terwijl het mannetje babyolie op mijn rug aanbrengt. Een dik half uur lang, breng ik geen andere geluiden voort dan: mmm (lekker), ahhh (beetje lekker) en aiii (beetje niet zo lekker).

Eindelijk is dan mijn rug klaar en begint het mannetje aan mijn linkerarm. Hij deelt stompen uit op mijn bovenarm, masseert mijn hand en neemt tot besluit elke vinger tussen de knokkels van zijn wijs- en middelvinger, om er vervolgens een harde ruk aan te geven. Ondertussen probeer ik koortsachtig te bedenken, of ik iets niet goed heb aangewezen op zijn papier. Mijn armen maken toch geen onderdeel uit van mijn rug? Voor de balans komt uiteraard ook mijn rechterarm aan de beurt, volgens hetzelfde procedé. Als hij een ruk aan mijn rechterpink heeft gegeven, kom ik half overeind en bedank ik hem. Een beetje beduusd kijkt hij me aan. Waarschijnlijk is hij nog helemaal niet klaar, maar ik voel me zo gebutst, dat ik er meer dan genoeg van heb. Nadat ik hem betaald heb, loopt hij met een grote grijns en vriendelijk zwaaiend weg. Mijn rug is lekker soepel, maar mijn armen voelen aan, alsof ik drie uur achter elkaar heb gebokst.

IMG_1226

Vlot ezeltje

Nog één keer willen we een ritje over prachtig Samos maken. Vourliotes staat nog op ons verlanglijstje, want ons eerste bezoek aan dit bergdorp mag geen naam hebben. Dit keer vinden we wel voldoende parkeergelegenheid aan de rand van het dorp. En dat is maar goed ook, want het zou jammer zijn, als we dit plaatsje, met zijn hellende straatjes met witte versieringen zouden hebben overgeslagen. Na een drankje op het, naar men zegt, mooiste dorpsplein van Samos, maken we een korte wandeling en blijven we fotograferen. Alsof we vandaag alles nog eens extra willen opslaan voor later. Terwijl ik een gevel met blauwe luiken en voordeur sta te fotograferen, schuift er een man op een ezel in beeld. Vliegensvlug draai ik me om, maar de ezel is sneller dan verwacht. Slechts zijn staart en een stukje achterwerk kan ik vastleggen.

’s Middags gaan we voor de laatste keer naar het strand. Een beetje weemoedig staar ik naar de turkooizen golven die op de keitjes stukslaan. Ik zal het heerlijke relaxte leven hier missen, straks. De middag vliegt voorbij en na een koude douche gaan we het dorp in voor een laatste diner. We eten nog een keer bij de man die wij Mister Universe zijn gaan noemen. Erna doen we nog een rondje door het dorp, langs de terrassen waar we te gast zijn geweest. We schudden verschillende handen en beloven terug te komen, ooit.

DSC05095

Wat blijft

Om zes uur gaat de wekker en buitelen we allebei slaapdronken de badkamer in. Nog snel proppen we wat laatste dingen in de koffers en dan gaan we naar de ontbijtruimte. Nog een keer geniet Charlotte van haar yoghurt met honing en ik van mijn kopje koffie. Maria neemt op haar eigen hartelijke wijze afscheid van ons, waarna wij onze koffers naar de doorgaande weg, even verderop, slepen. Nog een keer werp ik een blik op de Egeïsche Zee, die ligt te schitteren in de vroege ochtendzon.

Wat blijft zijn de herinneringen aan een prachtig, warm en gastvrij eiland in die eindeloze turkooizen zee.

2 gedachten over “Samos”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *