Een prachtig einde en een veelbelovend begin

Ruim drie maanden heb ik de tijd gehad om me voor te bereiden op ‘de dag die ik wist dat zou komen’: mijn laatste werkdag in Mill. Vanmorgen ben ik van huis gegaan met een kofferbak vol zelfgemaakte afscheidscadeautjes en zelfgebakken taart. De ochtend is voorbijgevlogen. Er is nog zoveel af te ronden voordat ik vanmiddag de deur definitief achter me kan dichttrekken. Maar zoals gebruikelijk binnen deze muren zorgen onverwachte telefoontjes en gebeurtenissen ervoor dat mijn voornemen ‘afgerond’ te vertrekken in het water dreigt te vallen.

Lees verder Een prachtig einde en een veelbelovend begin

Rudolf – Otto – Marie – Pieter

‘Komt u maar, mevrouw Klomp!’ zegt de plaatsvervangster van mijn huisarts vriendelijk. Ik zucht even, sta op en loop naar haar toe. Terwijl ik haar een hand geef, mompel ik dat ik Romp heet; niet Klomp. ‘O, neemt u me niet kwalijk,’ verontschuldigt ze zich blozend. ‘Ach,’ zeg ik, ‘het maakt niet uit. Ik ben er al zo aan gewend dat ik blijkbaar een moeilijke naam heb. Ik reageer gewoon op alles wat lijkt op Romp of eindigt op omp.’

Lees verder Rudolf – Otto – Marie – Pieter

Genieten van reservetijd

‘Binnenkort wil ik toch wel het huis uit, mam,’ zegt ze voorzichtig en ik zoek even naar woorden. Het is niet meer dan logisch dat ze dat wil. En natuurlijk had ik het al zien aankomen. Stukje bij beetje heeft ze zich de afgelopen jaren losgemaakt van mij. Zoals het hoort. Zoals het moet. Zoals ook ik me losmaakte van mijn ouderlijk huis, mijn eigen weg kiezend. Waar ik dat op mijn achttiende deed, is zij al bijna eenentwintig. Strikt genomen is mij dus al veel extra reservetijd met haar gegund.
Lees verder Genieten van reservetijd

Niet van de kraaloogjes en de kale staarten

Zestien ben ik en ik heb een zaterdagbaantje bij een gezin dat een woonboerderij in het midden van nergens bewoont. Vanochtend werd ik begroet door de immer hard blaffende herdershond wiens actieradius zo groot is als zijn ketting toelaat. Hij boezemt me geen angst in; ik zou ook zo tekeergaan als mijn vrijheid zo ingeperkt werd. Ik ben onderweg naar de paardenstal om een bezem te gaan halen, als een van de katten me passeert. Het is een prachtig beest met een dikke, donkergrijze vacht en felblauwe ogen die dwars door je heen kunnen kijken. Nu echter, keurt hij me geen blik waardig. Ik open de staldeur en zet mijn linkervoet op de mat erachter. Er kraakt iets onder mijn hagelwitte gymschoen. Ik kijk naar beneden en zie tot mijn ontsteltenis dat er rode vlekjes op het witte canvas zitten. En erger … onder de schoenzool vandaan piept een staartje! Ik ben op een door een van de katten achtergelaten dode muis gaan staan!

Lees verder Niet van de kraaloogjes en de kale staarten

Beelden die nooit vervagen

In 2014 stelde ik ter gelegenheid van mijn moeders tachtigste verjaardag een fotoboek samen. Ze nam het stralend in ontvangst en kijkt er nog regelmatig in. Vandaag zou mijn vader tachtig geworden zijn.  Hij zou het prachtig gevonden hebben, zo’n foto-overzicht van zijn leven. Wat had ik dat graag voor hem gemaakt en aan hem gegeven! Lees verder Beelden die nooit vervagen

Het gaat (waarschijnlijk) nooit meer over

‘Waar het precies over gaat, zeg ik niet. Iedereen kan er zijn eigen interpretatie aan geven,’ hoor ik zangeres Carol van Dijk op de radio zeggen. Daarna start de deejay de nieuwste single van Carols band, Bettie Serveert: Never Be Over. Lees verder Het gaat (waarschijnlijk) nooit meer over

Helemaal niets meer verwachten

Nerveus loop ik achter hem aan de trap op. In zijn kamer ga ik snel zitten, omdat mijn benen me niet meer willen dragen. ‘Heb je een andere baan?’ begint hij het gesprek en ik vraag me af of dat op mijn voorhoofd geschreven staat. Sprakeloos staar ik hem aan. Ik krijg het warm, weet even niet hoe ik moet reageren, maar besluit na enkele seconden dat er maar één antwoord past: ‘Ja.’

Lees verder Helemaal niets meer verwachten

Mevrouw Fontein laat los – een jaaroverzicht

Hoewel ik me had voorgenomen in december een ‘Mevrouw Fontein laat los-jaaroverzicht’ te schrijven, kwam het er simpelweg niet van. Ik had het te druk, zoals ik al in mijn laatste column van 2015 schreef. Nu het nieuwe jaar alweer tien dagen oud is, komt een jaaroverzicht rijkelijk laat. Toch kan ik het niet laten om alsnog – en in dankbaarheid – nog even terug te kijken op al het moois dat 2015 me gebracht heeft. Op 31 december 2014 schreef ik:

Maar waar 2014 het niet was, heb ik het gevoel dat het komende jaar FAN-TAS-TISCH wordt.

En dat werd het, kijk maar.

Lees verder Mevrouw Fontein laat los – een jaaroverzicht

Luidkeels kerstliedjes zingen

Het is nog maar net zeven uur geweest, wanneer ik de oprit naar de snelweg neem. Omdat ik net een hap van mijn thuis gesmeerde boterham heb genomen, kan ik helaas niet luidkeels meezingen met het kerstliedje dat uit de speakers van de autoradio schalt. Ik denk terug aan december 2014, aan hoe wanhopig ik toen was en aan hoe krampachtig ik dat probeerde te verbergen voor de buitenwereld. TekstFontein draaide best aardig, maar niet goed genoeg. Suf had ik me gesolliciteerd; zonder resultaat. Met ingang van 1 januari had ik bovendien geen recht meer op een uitkering. Mijn (financiële) toekomst zag er niet bepaald rooskleurig uit en dat stemde me somber. Zin in Kerstmis had ik niet en in luidkeels kerstliedjes meezingen nog  minder. En moet je me nu naar kantoor zien rijden!

Lees verder Luidkeels kerstliedjes zingen

Ik kan je wel zoenen!

Kiss me’, klinkt op de radio en ik zing zachtjes mee. Dan gaat er een lampje op mijn dashboard branden en kort daarna komt er iets wat lijkt op rook onder de motorkap vandaan. Ik stuur onmiddellijk via de vluchtstrook naar de berm, grijp mijn telefoon, verlaat mijn auto en zie dan pas dat de accu van mijn mobiel zo goed als leeg is. Snel kies ik het nummer van de pechhulpverlener waar ik al jaren een abonnement heb. ‘Blijft u aan de lijn; er zijn wachtenden voor u,’ hoor ik. ‘Nee,’ schreeuw ik, ‘ik kan me geen wachten permitteren!’ Koortsachtig zoek ik naar het nummer van de Wegenwacht. Daar wordt wel onmiddellijk opgenomen. Zo kalm mogelijk meld ik dat (en waar) ik met mijn kapotte auto langs de A73 sta en voeg eraan toe dat mijn telefoon het elk moment kan begeven. ‘Wat is uw lidmaatschapsnummer?’ wil de vriendelijke telefonist weten. ‘Ik ben geen lid,’ leg ik uit. ‘Dan gaan we u eerst heel snel lid maken.’ Voordat ik kan reageren, valt de verbinding weg. Ik sta teleurgesteld naar mijn telefoon te kijken. Wat nu? Lees verder Ik kan je wel zoenen!

tekstschrijver, auteur & redacteur uit Velp (bij Arnhem)