Afscheidsrede

Toen zij me belde, hoorde ik aan haar stem dat er iets vreselijks was gebeurd. De wereld stopte even met draaien toen ze even later bevestigde wat ik eigenlijk al wist. Twee weken geleden hadden zij en haar man nog samen in de zaal gezeten tijdens ‘Summertime’. Na de show brachten ze me naar huis; we dronken nog wat en daarna zwaaide ik ze uit. ‘Ik vond het heerlijk dat jullie er waren,’ heb ik nog gezegd. Dat ik hem nooit meer in levenden lijve zou zien, kon ik toen nog niet vermoeden.

Tijdens de rit naar Amersfoort gaan allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik wil graag mijn vriendin zien, haar vast kunnen houden, met haar kunnen praten, maar ik ben ook bang voor het tafereel dat ik aan ga treffen. Zij vond dat ze hem zelf moest verzorgen na zijn dood, samen met de kinderen. En er was maar een plek waar hij tot de uitvaart moest zijn: thuis. Ik ben niet zo goed met de dood – en dat is zwak uitgedrukt. Troost bieden kan ik goed, geconfronteerd worden met een overledene vind ik vreselijk. Het liefst vermijd ik het, waar mogelijk.

Zodra ik haar omhelsd heb, vraagt ze of ik hem wil zien. ‘Het hoeft niet hoor,’ voegt ze eraan toe, omdat ze me langer kent dan vandaag. Ik slik, verman me en bedenk dat ik het voor haar moet doen. Samen kijken we op hem neer. Zij strijkt liefdevol door zijn haren, zegt: ‘Dat mocht ik nooit,’ en ik slik een brok weg. Ik kijk naar haar, voel haar machteloosheid en verdriet en bewonder haar tegelijkertijd om haar kracht. ‘Wil je iets voor hem schrijven?’ vraagt ze me dan.  ‘Natuurlijk,’ zeg ik, ‘maar ik geloof niet dat ik het tijdens de uitvaart zelf kan voorlezen.’ Ze zegt dat het ook niet hoeft, dat ze iemand anders zal vragen om dat namens mij te doen.

Er verstrijken enkele dagen, ik heb al wat aantekeningen gemaakt en vanmiddag besluit ik om het stuk voor hem uit te schrijven. Het gaat moeiteloos. De herinneringen aan een warm, oprecht en goed mens buitelen over elkaar heen. Omdat mijn vriendin wil weten, hoeveel tijd het voorlezen van het stukje kost, lees ik het hardop en in een rustig tempo voor aan een lege woonkamer. Na drie woorden rollen de tranen al over mijn wangen. Zie je wel, denk ik, maar goed dat iemand anders het voor gaat lezen.

Precies op dat moment realiseer ik me hoe dapper en sterk mijn vriendin is en vergelijk ik mezelf met haar.  Zij is zo anders dan ik – misschien wel daardoor is onze vriendschap al zo lang zo hecht. Waar ik betwijfel of ik een dierbare overledene zou kunnen verzorgen en thuis opbaren, heeft zij beide dingen gedaan. Zonder enige twijfel. En ik zou dan niet eens een paar zinnen ter herinnering uit kunnen spreken? ‘Kom op,’ zeg ik tegen mezelf, ‘gewoon doen. Voor hem én voor haar. En als er dan tranen vloeien, dan is dat maar zo. Er is per slot van rekening niet zomaar iemand overleden. Hij was de beste vriend die een mens zich maar wensen kan.’

12 gedachten over “Afscheidsrede”

  1. Die ene zin van ‘bang voor het tafereel dat ik ga aantreffen’ raakt en zegt een hoop.
    Je bent een kanjer dat dit gedaan hebt. Gaat het nu weer een beetje?

    Sterkte gewenst: Peter.

  2. Je kunt veel meer dan je denkt en dat heb je ongetwijfeld intussen bewezen. Ondanks de tranen…
    Knap dat je ’t gedaan hebt. Hou je taai,
    liefs

  3. Je hebt het nu achter de rug begrijp ik. Goed dat je dit gedaan hebt. Je maakt mij al aan het huilen, wat geeft het, het is toch ook erg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *